Lezersrecensie
Op zoek naar het idee van het paradijs?
24 jan 2017
Eden is het derde boek in de trilogie; Dis (Hel, Inferno), Louteringsberg (Vagevuur, Purgatorio) en Eden (Paradijs, Paradiso). De drie delen zijn ieder afzonderlijk te lezen. Möring laat wel personages uit eerdere boeken terugkeren in zijn verhalen, maar ook zij kunnen zonder voorkennis betekenis krijgen.
Eden, de naam van de paradijselijke tuin of het paradijs zelf. Een plek waar geen schaamte is, waar tijdloosheid is en eeuwige onschuld.
In het Eden van Marcel Möring komen we Niekas of Nicas (Niemand of ‘die weg was’) tegen. Hij wordt Niekas genoemd omdat men niet verwacht dat hij langer dan een maand leeft. Hij overleeft dankzij een min met slechte reputatie, zijn vader laat hem daar achter met de gedachte: “sterf of bederf”. Niekas is ‘onschuldig’ maar wordt schuldig geacht aan de dood van vrouwen die hij lief kan hebben, te beginnen met zijn moeder.
Niekas groeit op in een dorp dat niet bestond in een woud zonder grenzen, oud en woest als de schepping zelf. Daar leert hij Jakub ben Adam kennen, geboren in de stad Kaffa (Feodosija in de Krim regio) Hij opende de wereld van het woud voor Niekas en vertelde vele verhalen. Jakub is een blinde houtsnijder die ‘het zicht werd ontnomen opdat hij kon zien’
Niekas trekt de wereld rond, hij levert vele verhalen over vele eeuwen heen door vele landschappen onder verschillende namen en komt weer aan waar hij vertrok.
Niekas deed me erg denken aan De marskramer, in het verleden ook De Verloren Zoon of De landloper genoemd, een schilderij van Jheronimus Bosch in het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.
In een andere lettertype en typografie wordt het personage Mendel Adenauer verder uitgewerkt. Mendel was door Möring al tot leven gewekt in Mendels erfenis, het debuut van Möring.
Adenauer is een 50-jarige psychoanalyticus in de psychiatrische kliniek Licht en Kracht. Zoals er in de gedeeltes van Niekas voornamelijk verteld wordt zo wordt er in de delen van Mendel Adenauer voornamelijk in dialoogvorm geschreven. Hij voert gesprekken met collega’s, patiënten, geliefden en Harry Bergkamp, een politieman.
Ook het gedeelte van Mendel opent met de dood (zelfdoding) van een vrouw, mevrouw Helder.
Een vrouw die alleen maar wilde dat haar kinderen gelukkig zijn. Ze komt bij Adenauer terecht omdat ze o.a. met vegen menstruatiebloed op haar gezicht loopt. Ze blijkt kinderloos te zijn.
Mendel Adenauer ziet het als zijn taak mensen te redden, ‘heel maken’. Maar hij is zelf een man aan wie iets ontbreekt. Hij vraagt zich af wie wij zijn. Zijn wij onze verhalen, door onszelf verteld of zijn wij de verhalen door de ander over ons verteld?
De vraag wie ben ik en wat dat betekent ten opzichte van de wereld speelt een belangrijke rol in deze roman. Zijn wij ons verlangen op zoek naar het paradijs? Op zoek naar het idee van het paradijs?
Eden is een boek waar de lezer opnieuw een roman kan maken als hij de verwarring die de verhalen oproepen toe kan laten. De verhalen trekken door de tijd in een groot gebied als in een bos met open plekken. Veel van de verhalen klinken als echo’s van vele oude en bekende verhalen en creëren weer nieuwe verhalen.