Lezersrecensie
Recensie Dorpsleven
12 jan 2010
Mooi boek met 8 verhalen over inwoners van het Israëlische stadje El Ilat. Het mooist aan dit boek vond ik hoe Oz bij ieder verhaal met een paar woorden een persoon zo neerzet dat je er meteen een beeld van hebt. Dat je weet wat het voor iemand is. En dit had ik toevallig erg gemist in de laatste paar titels die ik gelezen had….
Beschreven wordt het eigenlijk heel saaie doodgewone leven in het stadje, maar toch voel je in ieder verhaal een onrust en een onderhuidse spanning, bijvoorbeeld in het verhaal over Rachel, haar vader, een voormalig parlementslid, en een bij hen wonende Arabier (!). De vader en Adel, de Arabier horen ’s nachts gravende geluiden onder het huis. Rachel aanvankelijk niet maar dan toch…’
Er zijn verder verhalen over de burgemeester die een briefje bezorgd krijgt van zijn vrouw: ‘Maak je niet ongerust over mij’ en vervolgens uren zijn vrouw loopt te zoeken en daarna in het park op een bankje gaat zitten wachten. Over de makelaar die een oude villa wil kopen, zich door het huis laat rondleiden en uiteindelijk in de kelder laat opsluiten. En verder de smachtende 17-jarige Kobi, verliefd op de bibliothecaresse. En o ja de dokter, wachtend op haar neef.
Het zijn allemaal verhalen waarvan het soms onduidelijk is wat er nu eigenlijk gebeurt en waar het verhaal naar toe gaat. Zo ook in het een-na-laatste verhaal ‘Zingen’, diverse personages komen hier bij elkaar om samen Israëlische liederen te zingen, er is sprake van een geheimzinnige vrouw en het slot is ook weer bizar.
Het laatste verhaal vond ik er niet bij passen (of ik begrijp het niet?) maar de rest zijn stuk voor stuk juweeltjes.
Uit: ‘Graven’
Rachels vader: ‘Zesentachtig was hij, van top tot teen dooraderd en vereelt, ruw, zijn huid leek wel de bast van een olijfboom. Een sterke, explosieve man die overliep van opvattingen en idealen’Hij denkt over de Arabier: ‘Je ziet aan hem dat hij ons haat, maar zijn haat verbergt met vleierij. Ze haten ons immers allemaal. En hoe zouden ze ook anders kunnen? Ik zou ons in hun plaats immers ook haten. En eerlijk gezegd, niet alleen in hun plaats. Ook zonder dat ik in hun plaats ben, haat ik ons. Geloof me, Rachel, als je ons een klein beetje van buitenaf bekijkt, dan zie je dat wij alleen maar haat en verachting verdienen. En misschien ook een beetje mededogen, maar dat mededogen kan niet van de Arabieren komen. Zij snakken immers zelf naar alle mededogen die er bestaat.’