Lezersrecensie
Brieven van Gerard Reve aan zijn huisarts Jan Groothuyse in Amsterdam waarmee hij bevriend was.
23 jan 2021
Het is een van de vele boeken in zijn favoriete brievengenre over een reeks van van 16 volle jaren (1964 t/m 1979). Uit 1963 dateert slechts een brief en uit 1980 zijn nog twee brieven toegevoegd.
Over zijn kennismaking met Jan Groothuyse gaat zijn aan de brieven voorafgaande "Verantwoording", waarin hij een hilarisch beeld schetst van een huiselijk drama tussen hem en de met hem samenwonende Wimie.
Uit La Grâce in Frankrijk , waar hij een door hem zelf gebouwde woning betrok, zijn de meeste brieven afkomstig.
Hij schetst in vrijwel al zijn brieven een negatief zelfbeeld omdat hij voortdurend tobt over alcohol, godsdienst en liefde. Over zijn schuld- en minderwaardigheidsgevoel merkt hij op dat hij dat door religieuze overgave wil compenseren en over zijn minderwaardigheidsgevoel dat hij dat wil compenseren door zijn artistieke "prestaaties"
en zijn "gelul over De Grote Schrijver"
Daarnaast roept hij een negatief cultuurbeeld op. Het cultuurbeleid noemt hij bepaald angstaanjagend en de opmars der "oncreatieven", criminelen, ongeletterden en parasieten (aangevoerd door "psychopathen"). huiveringwekkend.
Zijn politieke opvatting is duidelijk rechts, waarschijnlijk om zich af te zetten tegen zijn jeugd en opvoeding (zijn vader was actief in de CPN). Feministen en Dolle "Minaas" acht hij gestoorde vrouwen, een soort "psychiese transvestieten".
Problematisch is zijn alcoholgebruik, waarover hij opmerkt dat alcohol alles nóg erger maakt en dat je niet moet vergeten dat alle alcoholica voor hem eenvoudigweg geassocieerd zijn met treurige, mislukte, schuldbeladen of destructieve toestanden. Hoewel hij zich somtijds gelukkig voelt, ademt het boek toch overwegend neerslachtigheid.
Niet onvermeld mag blijven zijn brief van 10-14 januari 1979 uit La Grâce waarin hij enige dromen op papier zet en die voorziet van een eigen uitleg die hij er met zijn "boerenverstand" aan weet te geven. Hij concludeert daarbij dat zijn karakter zowel hysterische als psychopathische trekken vertoont.
Voor mij doemt uit de brieven het beeld op van een neurotische hypochonder met een alcohol- en medicijnverslaving, die moeite heeft om zich aan te passen in de maatschappij. Daarbij speelt ongetwijfeld zijn
homosexuele geaardheid een zware rol.
Een en ander wordt volgens mij echter extra in de verf gezet om de verkoopbaarheid van zijn boeken te bevorderen.
Dat neemt niet weg dat de brieven in beginsel een openhartige zelfontleding met een toch overwegend vrij humoristisch en heel eigen taalgebruik zijn .