Lezersrecensie
De kracht van geschiedenis en fictie
3 jan 2024
http://looneybooks79.blog/2024/04/04/georges/
Het boek 'Georges' van Koen Peeters is een verzameling van vier verschillende verhalen, in verschillende tijdperken maar met linken naar mekaar én één grote verbindende factor, de naam Georges (in al zijn vormen en facetten) gaande van de naam in verschillende talen tot zelfs de Amerikaanse staat en het land Georgië!
Eveneens weet Koen Peeters in dit boek perfect fictie en realiteit in elkaar over te gaan waarbij je zelf aan het twijfelen gaat wat echt is en wat hij uit zijn literaire duim heeft gezogen. Hij schrijft ook over heel wat historische figuren waarvan de bekendste James Joyce en Stalin zijn.
In 'James, Georges en Giorgio' ontmoeten we Georges Vermeire, een postbeambte in Oostende die een man ontmoet met een ooglapje op die slecht te been is. De man blijkt de Ierse schrijver James Joyce te zijn die naam en faam kreeg met zijn Ulysses. Het modernistisch literaire boek dat zich afspeelt op 1 dag in juni 1904 werd gehekeld net door zijn moderne thema's en volgens sommige mensen obscene bevat.
James Joyce is op vakantie in de Koningin der Badsteden, net na de Tweede Wereldoorlog, met zijn vrouw en dochtertje. Hun zoon, Giorgio, wou niet meekomen want hij moest werken in de Parijse bank waar hij dienst doet. Koen Peeters doet dan het relaas van de ontmoetingen tussen de Georges in het postkantoor en de fascinatie van Joyce voor de naam Georges, George, Jorge, Joris... en voor het Oostends, waarbij hij woorden noteert en aan Georges vraagt ze te vertalen. Als de zoon van James ook naar Oostende overkomt bloeit James nog meer open. En dan vertalen zij een typisch Oostends gedicht naar het Engels.
Koen Peeters beschrijft een ietwat afstandelijke, hautain heertje en kan zijn lezers boeien met een verhaal dat eigenlijk niet zo héél veel vertelt. Het is het relaas van een ontmoeting. En dan koppelt de auteur een stukje tekst aan dit verhaal waarbij blijkt dat Georges de grootvader was van zijn vrouw.
We ontmoeten in dit boek ook Koens eigen moeder in het tweede verhaal, 'Georges en Paula', waar zij met de kinderwagen met Koens oudere broer, Jan, wandelt in Leuven en een ontmoeting heeft met de priester-wetenschapper Georges Lemaître, die de theorie rond het ontstaan van het heelal ontwikkelde (die later de Big Bang werd genoemd). Dit gebeurt ergens mid-jaren vijftig. De twee ontmoeten elkaar geregeld en Georges vertelt uitgebreid over wetenschappelijke zaken. Als het gezin een kind verliest, kort na de geboorte, is Paula ontredderd. Maar Georges weet op een stuntelige manier haar te troosten. En dan wordt Paula opnieuw zwanger. En ze ontmoet Georges nog éénmalig heel toevallig in Brussel, op de Expo 58 site.
Ook hier is twijfel wat wel en niet waar is. Sowieso zal het verhaal van Koens familie, met het verlies van het dochtertje, wel waar zijn maar of Paula ooit echt Georges Lemaître heeft ontmoet, valt te betwijfelen. Maar Koen weet ons perfect te doen nadenken en te doen geloven dat het waar is!
Het derde verhaal is persoonlijker voor Koen met 'Waar blijf jij, Joris?' waarin hij het verhaal vertelt over een jeugdvriend Joris die plots verdween. Joris was een dromer, een zwerver terwijl Koen een verzamelaar was, iemand die liever blijft waar hij is. Veertig jaar na de verdwijning van Joris ontvangt Koen een pakje waarin een boek zit. Door dat boek weet hij gewoon dat Joris nog leeft. Blijkt dat de man in Georgië is blijven hangen na een omzwerving in zijn jeugd. Koen beslist Joris te bezoeken in Tbilisi. Maar daar blijkt dat de jaren verschil veranderingen kunnen teweeg brengen bij jezelf maar ook bij de mensen die je denkt gekend te hebben.
Peeters is ook effectief tweemaal in 2022 naar Georgië gereisd. En hij zal zijn ervaringen en indrukken die hij daar opdeed zeker in dit boek hebben verwerkt. Het beeld dat het een gastvrij land is en dat nog nazindert van de dictatuur van Stalin, die afkomstig was van Georgië zien we heel mooi in dit boek. En dat legt dan ook perfect een link naar het allerlaatste verhaal...
...waarin we terugkeren naar het begin van de vorige eeuw en de schilder Niko Pirosmani ontmoeten. Deze wordt bevriend met de man die later beter bekend zal worden als Stalin, de dictator die velen van zijn volk liet opsluiten en vermoorden. Piromansi ziet hoe Jozef Stalin van een activistische kerel verandert in een bankovervaller en uiteindelijk tot de man die wij later kennen. En hoe sterker Stalin (deze naam wordt nooit in het verhaal gebruikt maar als lezer weet je gewoon dat hij het is) wordt, hoe dieper de schilder zakt in zijn ellende en alcoholisme.
We weten niet of de beide heren elkaar ooit echt hebben ontmoet maar we weten wel dat ze allebei op hetzelfde moment wel Tbilisi waren dus het had evengoed gekund!
Koen vertelt deze vier verhalen alsof het een collage is van gebeurtenissen in de geschiedenis die hij geleidelijk aan laat overlappen. Het boek boeit en is te lezen als een fotoboek met prenten die deze vier geschiedenissen verbinden met elkaar én met zijn eigen leven.
Ik las ooit 'De Minzamen' al van Koen en was er toen iets minder overtuigd of dit een schrijver is die ik zou willen blijven volgen maar gelukkig maakt één vogel de lente niet. Eén boek vertelt niks over de rest van zijn oeuvre, ik ban dan ook héél tevreden dat ik niet heb opgegeven en dit boek toch ter hand kon nemen (dank aan de uitgeverij hiervoor trouwens) want dit is het tweede boek op een week tijd dat ik las dat ik tot mijn favoriete boeken van 2024 mag benoemen.