Lezersrecensie

Prachtige woorden van gemis en verlies


Linda Marie Linda Marie
1 jan 2021

Hoe leef je verder na de dood van je kind? Het moet een heel moeilijke opgave zijn. Anna Enquist doet het al bijna twintig jaar en geeft woorden aan verdriet zoals je het nog nooit eerder las. Tegelijk wordt ze ook ouder, ondertussen is ze 75 en de dichtbundel kun je ook lezen als het kind in je losmaken, de dochter in je laten gaan. In deze gedichtbundel gaat Anna Enquist op zoek naar de verloren dochter. De zoektocht is fel en verbeten. Naar de onderwereld, het hooggebergte, in de natuur rondom ons en in het spel van de jacht. Welke buit halen we binnen? Daarbij eindigt de zoektocht met enige nuancering. Al wat je ervoor gelezen hebt, komt hierdoor op losse schroeven te staan. / Hoe dan ook is hier mijn afscheidsgroet: wantrouw / de woorden. Luister goed en koester de muziek. Het gaat hem hier niet om de woorden van de taal, maar om de beleving, de ervaring die de woorden oproepen. Voor velen is die beleving herkenbaar, voor allen die een kind hebben verloren. Want mocht het je ontgaan zijn, op 3 augustus 2001 verloor de dichter haar toen 27-jarige dochter Margit in een verkeersongeluk op de Dam in Amsterdam toen ze op haar fiets werd overreden. De dichter reikt het de lezer aan in het eerste gedicht OUDJAARSTOESPRAAK. Daarbij richt ze zich rechtstreeks tot de lezer. 'Goedenavond deze laatste avond, ik spreek tot u namens de werkgroep gedupeerde dichters de vereniging rouwende schrijvers en wens u kinderen toe die niet de eindstreep halen voor u zelf de drempel over bent, dit jaar. Borelingen, kleuters, bijna groot, in volle bloei - het verlies is leesbaar of verborgen... Waarna er een lijst volgt van schrijvers die een kind hebben verloren. Want ze zijn met velen. Maar / Wij schrijven door, u hoeft het niet te lezen, / die sombere kost uit onze keukens, met woede / bereid, te heet, te koud. U mag uw bitter bordje / laten staan, het is niet erg. Het is duidelijk. Hier wil de dichter communiceren met de lezer. Rechtstreeks want ze heeft iets te zeggen. ' ... Maar deze laatste avond van het jaar wil ik u groeten en vertellen dat wij nog bestaan, onmachtig weliswaar om zo'n heel jaar te overzien, krom onder onze last, maar vlijtig schrijvend aan de zinnen die wij schrijven moeten.' Het moet eruit. Maar cynisch klinkt het wel. / Wij kneden het gemis totdat het op de bladzij past. HET DODE KIND LATEN GAAN Daarna volgen vier cycli van elk tien gedichten. Eerst volgen we Demeter. Zij verloor haar dochter, Persephone, aan Hades, de onderwereld. Demeter gaat op zoek naar Kore, zo noemt ze lieflijk haar dochter, de schrijver volgt haar zoektocht mee. Demeter kan door listen de onderwereld ertoe brengen haar dochter driekwart van het jaar terug te geven. / In het ene koude kwartaal is het winter voor ons allemaal. / Voor de dichter is het elke dag winter. Demeter hoeft op niet op bijval te rekenen van de dichter. Wat heeft zij te klagen? Anna Enquist weet op een onnavolgbare wijze woorden te geven aan het peilloze verdriet en gemis. / ... Gebrek / aan het kind kooit haar in moederschap. / Ze rukt aan de tralies. Krommer en grijzer / van dag tot versleten dag. Kijk hoe ze / nooit ontsnapt, nooit iets vindt. In ALLES BLOEIT zijn er toch kleine momenten van troost, een moment met de kleinzoon in de tuin. 'Nu met de kleinzoon in de tuin waar alles bloeit. Ze lachen luidop om de namen: stinkende gouwe, engbloem, beenbreek, bilzekruid. Aandachtig knielen ze bij elke plant. Smeerwortel, heksenmelk. Het kind beroert de bloemen met zijn hand. Dat het dan donker wordt, er sneeuw valt, hagelstenen neerstorten als kogels: bitter koud, geen bloem in zicht. Naar binnen, snel, weg uit dit dodenrijk. Dat kan niet, oma, kijk maar, wij zijn in de dag, daar is de zon. Hij heeft gelijk. Maar ook in de kleine momenten van troost is er het verdriet en gemis dat in het hoofd van de ouder is en ook op mooie momenten naar boven komt. Zo wordt de dichter voortdurend over en weer geslingerd tussen leven in het heden en de peilloze afgrond van verdriet. In deel twee gaan we het koude hooggebergte in, de winter van Demeter. We worden meegenomen / naar de hoogste hoogten / waar niets meer groeit, niets / dat je kent, geen boom geen gras. // Alleen een kudde wilde yaks. Op grote hoogte heb je uitzicht en dan wil je nog wel eens ongeremd gevoelens uiten. Ze als keien naar beneden gooien. 'De woorden als keien naar beneden smijten, ze ketsen kwaad tegen de rotswand. Er is een pad, neerwaarts, een vermoeden van struiken, varens, riet. Het moeras ligt te wachten, daar zal je thuiskomen, potlood verloren, woordeloos stappend in een zompige kuil vol verdriet. Herkenbaar, niet? Het zou eigenlijk om elke verliessituatie kunnen gaan. Soms voelen we de behoefte ons te uiten, ongecontroleerd, we willen het van de daken schreeuwen. Wat veel mensen ook doen, op sociale media, uitvallen tegen een collega. De dichter gaat veel gecontroleerder te werk. Ze duwt / Rijmwoorden ... binnen de regels, hier en daar, waar het past./ In het derde deel komt de dichter naar beneden, ze daalt af TER HOOGTE VAN HET GRAS. Maar wel met angst voor de landing. Want hoe doe je dat? Veilig thuiskomen na de dood van je kind. En dan zijn er adviezen van goedbedoelde raadgevers, misschien vrienden, kennissen, professionele hulpverleners. / Je moet vakantie nemen, zeggen ze, berglucht / en meer nemen dan geven. O nee, / de raadgevers weten van niets. Ze slaat de goedbedoelde raad in de wind en zoekt de natuur op / tussen de hagen van de tuin / wat op zich al een afgeschermde ruimte is. / ... het robuuste gras, groen / tussen dorre plaggen. Toch blijft ze haar stem laten horen. Als is het alleen maar in haar slaap, wanneer ze droomt en huilend wakker wordt. / Dat roepen en verlangen tegen beter weten in, / die idiote droom waarin je huilt en brult, Toch zijn er tussen de heftige emoties ook momenten van acceptatie. / Heb eerbied voor / verdriet en laat het kind met rust. Deze dichtbundel leest als brieven van de eenzame frontsoldaat, alleen maar om te laten weten dat hij nog leeft. Maar verder blijft hij moeizaam laveren tussen zijn dienst gedwongen uitzitten en vechten tot het bittere eind. HET KIND IN ONS LATEN GAAN Tegelijk kun je de dichtbundel ook lezen als de zoektocht om het kind in ons los te laten. Naarmate we ouder worden kunnen we minder, tellen vaak minder mee. Ook dat kan schrijnend en confronterend zijn. We dienen als het ware de dochter in ons te laten gaan maar blijven we eigenlijk niet allemaal in ons hoofd het jonge meisje dat we ooit waren?

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur