Lezersrecensie
Afwisselende bundel met Nederlandstalige toppers
18 jan 2021
Deze recensie verscheen eerder in Fantastische Vertellingen nr. 60.
Weer een jaar, weer een nieuwe editie van Ganymedes. De bundel met een staalkaart van het fantastische genre in het Nederlandse taalgebied is ondertussen een traditie geworden die in combinatie met de altijd gezellige terdoopbestelling niet meer weg te denken is uit het genrelandschap. De samenstellers willen een breed overzicht geven van wat er in het fantastische genre geschreven wordt. Dit is dus niet een door een jury uitgekozen ‘beste van het jaar’-collectie zoals Edge.Zero, maar een zorgvuldig uit de inzendingen gepuzzelde anthologie, waarin gepoogd wordt een evenwicht te bieden in de verschillende genres, schrijvers uit Nederland en België, mannen en vrouwen en beginnende en ervaren schrijvers. Ook is dit een van de zeldzame plekken waar fantastische poëzie gepubliceerd wordt. Het zou interessant zijn eens te analyseren of er trends waar te nemen zijn door de tijd in de verhalen uit Ganymedes en in hoeverre die reflecteren wat er in bredere zin in het Nederlandstalige genrewereldje plaatsvindt.
Ik moet zeggen dat ik over enkele eerdere edities enthousiaster was dan over deze 21e Ganymedes. De kwaliteit was gemiddeld genomen prima, begrijp me niet verkeerd, maar er waren weinig echte uitschieters naar boven, verhalen die me ook na het lezen van de bundel lang bijbleven, zoals ik die in eerder bundels wel las. De samenstellers suggereren zelf ook in hun voorgeleiding dat er minder ‘experimenteels, gewaagds heeft plaatsgegrepen .. het had van ons nog wel wat extremer gemogen’. Extremen van vorm bevallen mij als lezer meestal niet zo, maar extremer wat betreft de ideeën mocht het wel. Er waren zelfs enkele fantasyverhalen die over draken gingen. Die verhalen waren op zichzelf overigens prima, maar het onderwerp is niet bijster origineel - Joke Adam maakt in haar spannende vertelling van draken een bedreigde soort. Isabelle Plomteux laat zien dat ze erg goed kan schrijven in ‘Amenophis Steketee’.
Ook van de SF-verhalen had ik het idee dat ze redelijk dichtbij huis bleven en meer geïnspireerd waren door oudere SF-literatuur dan door moderne ontwikkelingen, laat staan op moderne wetenschap. Ik werd niet per se verrast door de concepten of zelf erdoor geïnspireerd. (Ik hoop dat mijn eigen bijdrage, ‘Onder de zee’, een ‘sense of wonder’ opwekte over de biomassa in de aardkorst en de mogelijkheden van dit ondergrondse leven). Welk verhaal voor mij nog het dichtst in de buurt kwam van de verwondering en intellectuele prikkel die ik zoek in goede science fiction was ‘Datazee’ van Charles van Wettum. Een verhaal waarin een goede vervreemding optrad over een wereld waarin grenzen tussen personen kunnen vervagen, maar waar ‘copyrights’ nog steeds voor problemen zorgen: van wie is een kunstwerk als het door een samengestelde persoonlijkheid is gemaakt? Ik genoot van dit goed uitgedachte verhaal. Ook Tais Teng is van de partij met een spannend SF-verhaal over een dame die liever dan alles in de ruimte wil reizen en haar robot. Vol wilde ideeën en concepten en in de bekende stijl van Teng puntig en fris geschreven. Een ‘roller coaster ride’, maar wel precies wat we gewend zijn van deze auteur. Het zou wellicht ook eens mooi zijn om een verhaal van hem in een andere stijl te lezen, puur voor de afwisseling. ‘De man die Eekhoornstaartstad nooit zag’ van Jan J.B. Kuipers kon ik ook waarderen. Een aangename verrassing om van hem een SF-verhaal te zien, volgens mij geïnspireerd door het type SF dat Jack Vance schreef. Misschien net iets te frivool in de neologismen, en daardoor ondoorzichtiger dan voor het verhaal nodig was, maar het zorgde wel voor een aangenaam gevoel van vervreemding. Een bizarre wereld, maar een menselijk verhaal met een grimmig einde. ‘Upload’ van Rob Geukens is een aangrijpende vertelling over de eerste experimenten met een menselijk bewustzijn dat is gekopieerd in een computer. Hoe weten de onderzoekers of de kopie werkelijk bewust is? Tot welke besluiten worden ze gedwongen door de ethische commissie. Een originele vorm en een tragisch einde. Marcel Ozymantra komt met een verhaal over een buitenaardse invasie, die vooral een metafoor biedt voor de gebondenheid waarin mensen terecht kunnen komen als ze de beloften van het kapitalisme te snel omarmen. ’De imperfecte oplossing’ van Mike Jansen is een SF-verhaal in de Mike Jansen-stijl, over maatregelen tegen klimaatverandering die doorslaan. Maar dat gegeven is in zichzelf niet origineel (zie series als ‘Snowpiercer’) en het einde was niet heel sterk.
‘Afglijden naar Omega’ van Guido Eekhaut was een fantasy/magisch realistisch-verhaal dat ik erg kon waarderen. Eekhaut is een prima schrijver die je goed meeneemt in het leven van zijn karakter. Hier is de hoofdpersoon die een grand cafe frequenteert en een voorzichtige vriendschap sluit met een andere bezoeker goed getroffen en ik was het hele verhaal nieuwsgierig naar wat uiteindelijk uit hun contact zou voortkomen. Een mooi einde. ‘Sterven nieuwe stijl’ van Max Moragie vond ik ook een prachtig verhaal. Het begint op een interessante manier vervreemdend, met een man die op zijn weg naar het zuiden van Frankrijk ook terug in de tijd lijkt te gaan. Maar dan gaat het de andere kant op en er volgen fascinerende verwikkelingen. Doordat de details kloppen wordt je meegenomen in het fantastische aspect. Dit verhaal is een goed voorbeeld van wat je met fantastische literatuur kunt bereiken. ‘Gesynchroniseerde bezieling’ van Paul van Leeuwenkamp was ook zo’n verhaal dat ik verwant vond aan ‘Sterven nieuwe stijl’ (want ja, het gaat over een alternatief voor het leven na de dood). Een man is plotseling oud en treft zijn vrouw aan als baby. En dat is nog maar het begin. En ook hier gaat het naar een geweldig einde, waarbij blijkt dat degenen die het nieuwe ‘leven na de dood’ hebben georganiseerd niet goed over de consequenties hebben nagedacht … Engelen en duivels zijn kennelijk een subthema in deze Ganymedes want ze spelen ook een rol in ‘De nieuwe’ van Jorrit de Klerk. Ik moet zeggen dat ik zelf misschien liever een SF-verhaal van deze auteur had gezien, al was het omdat ik hem een van de betere schrijvers van harde SF vind die we in het Nederlandse taalgebied hebben. ‘Een blauwe engel op het kerkhof’ laat een trein verschijnen op kerkhof van Winterswijk, maar ik vond het verhaal niet heel sterk. Het was te lang voor wat het wilde zijn en het einde was niet verrassend. ’De prijs van schaduw’ van Jan Roosen speelt een absurdistisch spel met het kopen en verkopen van je eigen schaduw. ‘Milde hand’ van Steven Standaert was ook erg grappig - het ging over koffie (een onderwerp dat mij altijd aanspreekt). Ik moest erom gniffelen.
Ik heb niet alle verhalen uit deze bundel besproken, maar het zou wel een erg lange recensie worden als ik dat zou proberen. Laat me tot besluit opmerken dat ik weliswaar niet veel verhalen aantrof die met kop en schouders boven de rest uitstaken, maar dat ik ook geen werkelijke uitschieters naar beneden in deze bundel tegenkwam (al vond ik het Commissaris Omer-verhaal zelf niet bijster interessant). Een behoorlijke kwaliteit dus, maar ik hoop met de samenstellers dat schrijvers voor volgende editie weer wat meer zullen durven, wat betreft experimenten in vorm, vreemde ideeën en moderne wetenschappelijke concepten. Dat zou ‘Ganymedes 22’ werkelijk onmisbaar kunnen maken!