Lezersrecensie
Heel origineel fantasyverhaal voor YA- en volwassen lezers
21 jan 2022
Disclaimer: Dit boek is uitgegeven door Godijn Publishing, waar ook een deel van mijn boeken is verschenen. Ik heb de auteur gevraagd mee te werken aan de volgende klimaatbundel (vervolg op 'Voorbij de storm'). Ik kocht dit boek omdat ik benieuwd was naar de uitwerking van het originele idee waarover ik van de auteur had gehoord. Deze recensie verscheen eerder in Fantastische Vertellingen nr 63.
7,5 Ik ben als fantasylezer de traditionele fantasy in de stijl van Tolkien ondertussen een beetje ontgroeid. Wel houd ik mijn ogen open voor fantasyverhalen die ‘anders’ zijn, die de grenzen van de verbeelding oprekken en die buiten de gebaande paden durven treden. Uitgaande van wat de auteur op Facebook over dit boek deelde, zou dit zeker geen standaard fantasy zijn. Ik kende van Mark Groenen bovendien al korte verhalen en het boekje ‘Wendigo’, waar ik enthousiast over was. Dus begon ik met goede moed aan ‘De wereld van Aisling en Aidan’.
Ik werd niet teleurgesteld. Dit bleek inderdaad een verhaal dat buiten de grenzen van de traditionele fantasy treedt, waarvan ik de verschillende onthullingen en wendingen niet kon voorspellen en dat ideeën bevatte die ik nergens anders was tegengekomen. Wel moet ik twee kleine opmerkingen maken. Ten eerste dat volgens mij de achterflaptekst teveel van het verhaal verklapt. Sla die dus over als je aan het boek begint, anders zijn de eerste honderd pagina’s niet spannend meer. Ten tweede dat dit boek tot de categorie van de Young Adult-boeken behoort, ook al staat dit nergens op de cover, de achterkant of in het voorwerk. Met een tiener als hoofdpersoon wiens omgang met klasgenoten en pesters een belangrijk deel uitmaakt van het verhaal, is de doelgroep echter duidelijk. De schrijfstijl, met overwegend korte zinnen en een hoog tempo, zonder al te veel moeilijke woorden, lijkt daar ook bij aan te sluiten. Niet dat het voor volwassenen niet geschikt is, verre van zou ik zeggen, maar het helpt met de juiste verwachtingen aan het boek te beginnen.
‘De wereld van Aisling en Aidan’ start met twee verhaallijnen. In de eerste volgen we de god Aisling, die wakker wordt in een lege wereld en deze begint vorm te geven. In de tweede reizen we mee met Aidan, een tiener die elke nacht wakker wordt uit gruwelijke nachtmerries en daarom probeert zo min mogelijk te slapen. Het gaat op school niet goed omdat hij zo moe is, en zijn therapeut weet niet tot de kern door te dringen. Tot overmaat van ramp wordt Aidan gepest. De twee verhaallijnen komen natuurlijk bij elkaar en dat is het begin van een verrassend verhaal.
Aidan en Aisling komen terecht in meerdere lagen van de werkelijkheid, die met veel verbeelding door de schrijver zijn weergegeven. Ik vind het altijd leuk als een auteur speelt met de structuur van zijn of haar verhaal. Zo gebruikt Mark Groenen hier in elke laag van de werkelijkheid een andere vertelstijl. Aidans deel is geschreven in eerste persoon verleden tijd, het deel van Aisling in derde persoon tegenwoordige tijd, maar later komen er nog meer variaties. Hier is goed over nagedacht. De auteur heeft niet voor het makkelijke pad gekozen, maar heeft zichzelf willen uitdagen en dat is altijd een compliment waard!
Aan het slot wordt bovendien duidelijk dat Mark Groenen een zwak heeft voor kosmische horror, want er zijn scenes met een slijmerige levensvorm vol rode ogen die me koude rillingen gaven. De spanning zit er daar goed in, niet alleen door de levendige beschrijvingen, maar ook door de concepten achter het verhaal. Trouwens, de meer alledaagse aspecten van het leven van Aidan zijn ook goed weergegeven. Waarschijnlijk komt het doordat de auteur zelf werkzaam is geweest als docent geschiedenis, maar het leven op een middelbare school en de omgang tussen de scholieren kwam geloofwaardig over en was zeker niet door een ‘roze bril’ weergegeven. Hoofdpersoon Aidan ging op een geloofwaardige manier om met zijn problemen. Ook met een thema als drugsgebruik ging de auteur gevoelig om. Mijn enige kritiekpuntje hier is dat Aidan in het begin veel bezig is met mythologie en religieuze teksten, maar dat hij aan het eind niet op zijn studie naar deze thema’s terugkomt. Wellicht was hier een extra laag mogelijk geweest, maar het doet niet af aan het werkelijk verrassende einde.
Ondanks al deze positieve aspecten van dit verhaal was het lezen ervan voor mij niet een onverdeeld prettige ervaring. De oorzaak van mijn misnoegen waren schrijffouten waarvan ik er op bijna elke pagina wel een tegenkwam. Veruit de meeste tekortkomingen kwamen volgens mij voort uit het feit dat de auteur vooral in het Engels leest en zijn schrijven daardoor laat beïnvloeden. Dit blijkt onder andere uit het gebruik van Engelse woorden zoals ‘impact’, maar ook woorden die technisch misschien ook Nederlandse woorden zijn, maar die duidelijk zijn gekozen omdat de auteur aan het Engelse woord moest denken, zoals ‘conflagratie’ (dat drie keer voorkomt), ‘collisie’, ‘fabricatie’ en ‘translucide’. Verder wordt heel vaak met ‘het’ verwezen naar woorden die mannelijk of vrouwelijk zijn (‘Hij rent naar de voet van de zwarte zuil rook … Het is afkomstig van …’, ‘De droom lag nog te vers in mijn geheugen. Het gunde me geen rust.’; ‘Ik nam een slok van mijn koffie. Het was koud geworden.’ en ga zo maar door). Er waren ook zinnen die in het Nederlands niet geheel leken te kloppen en waarin ik Engelse zinsconstructies herkende, zoals ‘Ik keek voorbij mijn moeder en zag witte wanden’ en ‘De schaduw werd kleiner … voordat hij achter me als een olievlek verspreidde’. En als ik een zin lees als ‘Ze baanden zich een weg door de bezoekers’, zie ik een bloedbad voor me. Ook bij andere boeken van Nederlandse schrijvers vallen me soms anglicismen op, maar vaak zijn het er weinig en lees ik er overheen. Hier haalden ze me echter werkelijk uit het verhaal. In mijn recensie van ‘Wendigo’ op Hebban benoemde ik ook al de aanwezigheid van anglicismen als kritiekpunt. Ik vind dat heel erg jammer. Als je in het Nederlands wilt schrijven, is het belangrijk ook in het Nederlands te lezen. Niet alleen om een beeld te krijgen van wat andere schrijvers produceren, maar ook omdat je alleen zo gevoel ontwikkelt voor de Nederlandse grammatica, Nederlandse zinsconstructie en Nederlandse woordenschat. Een beetje trots op onze eigen taal misstaat ons schrijvers niet. Als je daarop antwoordt dat je nu eenmaal liever leest in het Engels, moet je misschien ook maar gewoon in het Engels schrijven.
Ben je als lezer iemand die struikelt over anglicismen, niet kloppende verwijzingen en een enkele kromme zin, dan zul je dit boek waarschijnlijk met kromme tenen lezen. Ben je daarentegen iemand wie taalfoutjes en tekortkomingen niet opvalt, en verdenk je mij ervan een pietje-precies te zijn, dan is het heel goed mogelijk dat je enorm zult genieten van dit originele verhaal en nog lang zult nadenken over de fascinerende wereld, de verrassende wendingen en de diepere laag in dit boek.