Lezersrecensie
Gitzwarte toekomstvisie
17 jan 2023
Misschien heb je het wel eens meegemaakt: je bent op een feestje, en het gesprek gaat over privacy, gegevensbescherming en dergelijke. Grote kans dat één van de aanwezigen op zeker moment zegt: “Ach, ik maak me daar niet meer druk over, de overheid weet toch al alles van me.” Eén ding weet je dan zeker: die persoon heeft nooit 1984 gelezen …
1984 is de gitzwarte dystopische roman van George Orwell. Voor het eerst gepubliceerd in 1949, probeert Orwell een toekomst te schilderen (die hij in het jaar 1984 plaatst) waarin De Partij een totalitaire staatsvorm heeft ingevoerd die de gewone burger elk initiatief, elke vrijheid en zelfs elke verkeerde gedachte ontneemt. We maken kennis met Winston Smith, medewerker op het Ministerie van Waarheid, waar hij documenten vervalst (nee, rectificeert) om ze in overeenstemming te brengen met de staatsideologie. De wereld is verdeeld in drie supermachten die constant in oorlog met elkaar zijn. Winston weet zich nog flarden te herinneren van het leven voordat De Partij aan de macht kwam en iedereen in vrijheid leefde; intuïtief weet hij dat de huidige samenleving verkeerd is, maar hij kan dit nergens kwijt uit angst voor represailles. De bevolking wordt nl. elke minuut van de dag gevolgd en afgeluisterd via telescreens, die op elke plek hangen, op straat, op het werk en thuis (hier ligt de oorsprong van de kreet 'Big Brother is watching you'). Niemand vertrouwt elkaar, zelfs jonge kinderen zijn gedrild om hun ouders te verraden als die er verkeerde gedachten op na houden. Dan krijgt Winston een relatie met Julia, die zich ook tegen de partij keert. Winston en Julia komen in contact met hun collega O’Brien, waarvan zij vermoeden dat hij in de verzetsbeweging The Brotherhood actief is. Helaas blijkt O’Brien er andere ideeën op na te houden, en wordt Winston opgepakt. Wat zich daarna ontspint, is luguber, onwerkelijk en duisterder dan je voor mogelijk had gehouden.
Het boek is een satire op en tevens een waarschuwing voor totalitaire regimes zoals die in Nazi-Duitsland heersten. Dit principe is in de samenleving tot in detail doorgevoerd. De Partij en haar hoger kader hebben alle macht en verworvenheden. Het lager kader komt er al een stuk bekaaider vanaf, en de ‘proles’ (het proletariaat) leven een simpel en onwetend bestaan zonder enige vrijheid. De constante oorlogen waarin de drie supermachten verwikkeld zijn, blijken alleen maar schijnoorlogen te zijn om een oorlogseconomie in stand te kunnen houden en consumptie te beperken. Angst regeert alles. Zelfs de taal (Newspeak) is gezuiverd van ongewenste woorden. De ‘ergste’ totalitaire staten die wij kennen (denk aan China of Noord-Korea) zijn heilig in vergelijking met de wereld van 1984.
Het is knap en wonderbaarlijk hoe Orwell in de jaren ’40 een dergelijke wereld heeft kunnen construeren, die gelukkig nog niet overeenkomt met de onze, maar waarin wel trekken herkenbaar zijn en helaas ook nog steeds in opmars zijn. Het boek is zo beklemmend geschreven dat het je naar de strot grijpt als je je probeert voor te stellen hoe het moet zijn in deze wereld te leven. Met name het tweede deel van het boek (het boek bestaat uit 3 delen) is huiveringwekkend. Hoewel niet direct boeiend geschreven vanwege een ellenlang politiek betoog, ontdekken we hier hoe deze staatsvorm heeft kunnen ontstaan. Dit is zo logisch en overtuigend beschreven, dat je moet oppassen niet de conclusie te trekken dat wij onvermijdelijk dezelfde kant op gaan.
In het derde deel lezen we wat Winston moet doorstaan als hij oppakt wordt. Vergelijkingen met de Inquisitie komen daarbij al snel in je op, maar ook hier is alles wat er ooit in onze wereld gebeurd is, kinderspel, vergeleken met wat Winston moet doorstaan.
1984 is daarmee een boek waar je alles behalve vrolijk van wordt, maar tegelijk een boek dat iedereen eigenlijk een keer zou moeten lezen, al was het maar om je te beseffen hoe gelukkig we kunnen zijn dat we niet in een maatschappij als deze leven.