Lezersrecensie
Een mooi gelaagde psychologische thriller
13 jan 2022
Herinnert u zich de toeristische uitstapjes, de stadswandelingen die mensen maakten om locaties te ontdekken die voorkwamen in De Da Vinci Code van Dan Brown en De schaduw van de wind van Carlos Ruiz Zafón. Liefhebbers liepen met plattegrondjes door Parijs en Barcelona om de magie van het door hen gelezen boek te ervaren. Hieraan moest ik denken toen in Rots van Koen D’haene (1964) las. Het speelt zich voornamelijk af in het Vlaamse Oostende en in de Ardennen. D’haene put ongetwijfeld uit zijn eigen reiservaringen, plekken die hij goed kent en weeft lokale legenden/verhalen in zijn psychologische thriller. Met het boek in de hand kun je allerlei prachtige plekken ontdekken. Zo zit de auteur op de achterflap van het boek op de rots die een belangrijke rol speelt in het boek. De rots bevindt zich in de rivier de Amblève bij de Fonds de Quarreux. De mysterieuze afgeronde rotsblokken horen bij de legende van ‘De molen van de Duivel’, een Faust-achtig verhaal.
Donker verleden
Rots is het vervolg op de misdaadromans IJs (2016) en Zand (2020). Ook daar spelen bijzondere vakantiebestemmingen een rol in het verhaal. De auteur grijpt in Rots terug op deze romans en vlecht wat daarin gebeurd is in de verhaallijnen van Rots. Dat is in het begin even wennen. Zo begint het verhaal met een scene die op Schiermonnikoog speelt in 2015. Er wordt teruggegrepen op het plot van Zand. Tom, de grote liefde van Sarah (een van de twee hoofdpersonages) is omgekomen. Sarah denkt dat Michael erachter zit omdat hij verliefd op haar is. Sarah keert in rouw terug naar haar woonplaats Oostende waar ze lerares Nederlands is. Daar ontmoet ze Mats, een jeugdliefde van haar. Het verhaal maakt dan een sprongetje naar 2019. Mats en Sarah hebben een gezamenlijk crimineel verleden (het onderwerp van IJs), proberen dat achter zich te laten en het leven weer op te pikken. Sarah gaat met Joke haar beste vriendin regelmatig hardlopen. Mats en Sarah hebben in Joke en Jan vrienden gevonden, maar houden hen wel op afstand. Als Jan en Joke voorstellen met hen op vakantie te gaan, dan willen zij dat eerst niet doen. Maar als blijkt dat Michael Sarah in Oostende wil opzoeken, breekt er vreemd genoeg paniek uit bij Mats. Het doet het tweetal besluiten met Jan en Joke af te reizen c.q. op de vlucht te gaan naar de Ardennen, de streek rondom de Remouchamps. Maar of ze daar goed aan doen? Echt ontspannen kunnen Mats en Sarah niet. Enerzijds is er Michael die op zoek naar Sarah is, anderzijds is het Jan en later ook Joke die niet ophoudt te graven in hun verleden en daarover de ene na de andere lastige vraag stelt. Hoe gaan ze daarmee om? Wordt de druk niet te groot?
Psychologisch
D’haene heeft – hoewel het verhaal naar het einde toe zindert van spanning – meer aandacht voor de psychologische ontwikkeling van de levensechte hoofdpersonages Mart en Sarah. Hij vertelt het verhaal vanuit het perspectief van beide protagonisten. Eén keer wijkt de auteur hiervan af door het perspectief van Jan te kiezen. Door het ik-perspectief te gebruiken brengt hij de personages dichterbij, maar zorgt hij er ook voor dat de diepere lagen in hun persoonsstructuur optimaal reliëf krijgen. Het zijn kleine aanwijzingen die je aan het denken zetten. Zo zegt Sarah: “Ik ben niet wie ik ben.” Wat zit daar achter?
Door een verhaal vanuit twee perspectieven te vertellen ligt het gevaar op de loer dat het verhaal stroperig wordt, omdat dezelfde gebeurtenis in feite twee keer aan de orde komt. D’haene is niet in deze valkuil getrapt en houdt de vaart in het verhaal. Al is het wel zo dat de ‘toeristische uitweidingen’ op een gegeven moment wat gaan irriteren. Het is teveel van het goede.
In de stijl van
Mats blijkt een liefhebber te zijn van de IJslandse schrijver Arnaldur Indriðason. D’haene werkt in dienst geest. Een prachtige vondst. Bij Indriðason staan vaak eenzame personages centraal en is er veel aandacht voor beschrijvingen van de natuur en de sfeer van het landschap. Alle informatie staat in dienst van het verhaal. De psychologische kant van de personages zijn voor hem belangrijker dan het verhaal. En hij heeft aandacht voor belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen. Als je de epiloog van Rots leest, dan waan je je in de Corona-epidemie.
Subtiele werking van muziek
Subtiliteiten geven het verhaal extra diepte. In het begin zitten Joke, Jan, Mats en Sarah bij café Chamonix. Sarah zegt een hekel te hebben aan het café, “genoemd naar een stad aan de voet van de hoogste berg van de Alpen. Ik vertelde niet over mijn aversie voor de bergen.” Hiermee verwijst ze naar wat haar in het verleden in de bergen is overkomen. Zo wordt de relatie gelegd naar een eerder deel uit de trilogie. Ook speelt muziek een rol en dan met name het nummer The river van Bruce Springsteen. Het verhaal speelt zich af bij een rivier en zinnen als “Now those memories come back to haunt me / They haunt me like a curse” sluiten ook inhoudelijk perfect aan op wat Sarah denkt. Let ook eens op de citaten aan het begin van het boek die de kern van het verhaal raken: een fragment uit One of Us van Abba en dit gedeelte uit Saving all my love for you van Tom Waits:
“I know I'm irresponsible and I don't behave,
And I ruin everything that I do,
And I'll probably get arrested when I'm in my grave,
But I'll be savin' all my love for you.”
De zorgvuldige uitwerking en de uitwerking van de personages maken Rots tot een mooi gelaagde psychologische thriller.
Deze recensie is eerder verschenen bij De Leesclub van Alles.