Lezersrecensie
Een Belg met een grotere mond dan de Nederlanders
26 jan 2016
Bijdehand is Tom Saintfliet altijd geweest. Bij Telstar verwoordde iemand het ooit als: ‘Nu hebben we een Belg gevonden met nog een grotere mond dan de Nederlanders!’. Terwijl aan deze titel nog wel een positieve draai kan worden gegeven wordt dit lastiger bij ‘betweter’ of ‘blaaskaak’. Namen die vaak worden gegeven aan mensen die uitgesproken ambitieus zijn, een heilig geloof in eigen kunnen hebben, zoals een Louis van Gaal of Mourinho en zo ook de Belgische trainer Tom Saintfliet. Maar in tegenstelling tot zijn collega trainers kan hij de vooroordelen niet zo gemakkelijk wegvagen met een indrukwekkende palmares. Bovendien wordt er ook openlijk getwijfeld aan zijn trainerscapaciteiten als men hoort dat Saintfliet, in een tijdsbestek van 20 jaar, inmiddels ook bij 20 (!), vooral exotische, voetbalploegen (zowel clubs als landen) heeft gewerkt. Het boek is daarom vooral bedoeld om zijn blazoen op te poetsen en het verhaal achter zijn keuzes te vertellen. Bovendien geeft het de mogelijkheid de lezers een kijkje te geven in de voetbalbeleving in de landen van Afrika, het Midden-Oosten en Scandinavië en daar hij is uitstekend in geslaagd.
Tom Saintfliet weet al op 17-jarige leeftijd dat hij voetbaltrainer wil worden. Hij is enthousiast, gedreven en volgt als 23-jarige de UEFA B-opleiding. Voor een stageplaats legt Tom direct de lat hoog; hij zoekt een baan als hoofdtrainer. En zo wordt hij op zijn 24-ste aangesteld als hoofdtrainer bij derdeprovincialer Zammel! Vanuit daar vertelt Tom zijn verhaal dat leidt naar trainersloopbanen op de Faeröer eilanden tot uiteindelijk een weekendje bondscoachschap in Togo. Bij elk team dat hij coacht komt zijn enthousiasme en gedrevenheid weer naar boven. En niet alleen probeert hij als trainer iets neer te zetten, ook steekt hij vol passie energie in het eigen maken van de cultuur van het land of de club. Die geestdrift vertaalt zich ook in de hoofdstukken over teams waar Saintfliet bijzondere goede herinneringen aan heeft zoals het bondscoachschap van Namibië; wanneer hij over die periode vertelt spat het enthousiasme van de bladzijden. Het is natuurlijk niet overal rozengeur en maneschijn en het wordt de lezer al snel duidelijk, dat alleen een goed trainer zijn, geen garantie biedt voor een stabiele trainerscarrière. Af en toe komt het betweterige om de hoek kijken. Tenenkrommend zijn bijvoorbeeld de opmerkingen over de capaciteiten van collega trainers, vooral oud-voetballers moeten het ontgelden. Maar je kunt het hem dat wel vergeven omdat het Saintfield ook niet ontbreekt aan enige zelfkennis. “Mijn rusteloosheid en mijn tomeloze ambitie, die dé rode draad door mijn carrière vormen, hebben me vaak vooruitgeholpen, maar soms ook genekt.”, zo bekent hij tot slot.
Recensie verscheen eerder in de rubriek ‘Sport in Druk’ van het Friesch Dagblad.