Lezersrecensie
Prachtige klanken, mooie ritmes, maar ook arrogant en vol van zichzelf
7 jan 2022
Dat sollicitatiegedicht is gewoon overrompelend, daarmee sta je op 1. En Nasr is het ook geworden.
Hij schittert meestal in zijn gedichten, ze lijken zo gemakkelijk en het vloeit als vanzelf. Maar als ik naar de manifestaties kijk dan denk ik: wat een overdreven gevoel van superioriteit vol vooroordelen.
Hoewel hij schijnt wat kunst is en dan met name de kunst die de nek wordt omgedraaid, maakt hij het niet duidelijk wat kunst is.
Een beetje lijkt het alsof kunst altijd iets negatiefs , iets van tegenspraak moet hebben. Iets moeilijks mmoet er in zijn, het mag zich niet direct bloot geven.
Ik kan mij ook vinden in benaderingen van 'een aantal goeroes bepaalt wat kunst is en daar moet de rest eerbied voor hebben.
Het gedicht van Lodeizen drukt het voor Nasr waarschijnlijk het beste uit.
Op bezoek in China merk ik een koloniale toon: we gaan het ze eens goed zeggen en dan komen we tot een geode discussie en datn tillen we de mensen naar een hoger niveau. Daar vind ik hem tenenkrommend.
Ook wat vrijheid is, dat is zo moeilijk te zeggen, dat gaat niet met een slogan.
Gelukkig laat hij ook wat horen van wat de schrijvers daar zeggen. Het zinnetje 'In mijn gedichten kan ik ademhalen' is een parel van grote waarde.
Dat je met kunst en dan vooral met teksten de onderdrukkende en verstikkende slogans te weer kunt staan en adem kunt blijven halen, dat is voor mij waar.
Tegelijkertijd is kunst niet het enige dat je nodig hebt, Eten en drinken en een goede gezondheidszorg zijn ook belangrijk en kan ik niet als een tegenstelling behandelen. In de oorlogswinter kwam familie op bezoek en bracht aardappelen en wat vleeswaren, Ze keken wat rond in de kamer en toen ze weggingen namen ze een mooie kast mee en het tafelzilver en ook de mooie pop die één van de kinderen in haar armen had. Van je familie moet je het hebben.
Maar je hebt biets aan een Rembrandt aan de muur als je er zelf dood onder ligt.Gelukkig zijn er dan teksten die kracht geven.
Aan het slot van het boek wordt Ramsey Nasr heel wat menselijker: hij blijkt onzeker, hudt het vol omdat belangrijke mensen hem hun zegen geven.
Dat maakt het boek ook sympathiek. Vandaar dat ik het toch wel een mooi boek vind.