Lezersrecensie
Trip down memory lane
23 jan 2018
Of heb ik het verzonnen? is een brievenroman van Herman Koch en Wanda Reisel. Een titel die lezers met wat jaren op de teller beslist moet aanspreken. ‘De herinnering aan bepaalde momenten keert pas later terug, als we ons op een keerpunt van ons leven bevinden,’ schreef Sandor Marai in Gloed. Herinneringen oproepen is precies wat beide auteurs, 40 jaar na hun wonderjaren, in deel 1 van hun briefwisseling (2011-2013) proberen te doen. Dat ook ‘de herinnering alles op wonderbaarlijke wijze zeeft’ (nog eens Marai), blijkt al vlug wanneer ze elkaar schrijven over hun gezamenlijke jeugd in Amsterdam Oud-Zuid.
Koch en Reisel onderzoeken of hun beider herinneringen sporen met de werkelijkheid. Al vlug blijkt dat de herinneringen van de ene niet helemaal gelijk lopen met die van de andere (‘Niets is zo bedriegelijk als herinneringen’, Carlos Ruiz Zafon). Ze corrigeren elkaar en merken dat het ophalen van anekdotes andere, vergeten gewaande verhalen en personen, naar voren haalt. Schrijvenderwijs amuseren ze zich met het reconstrueren van hun reisjes naar Zeeland (Terhofstede), hun collegejaren aan het Spinozalyceum in Amsterdam Oud-Zuid en hun latere motortochten door Spanje. Ze bezorgen elkaar zelfs een playlist van songs die in hun jonge jaren een bijzondere plaats innamen. De lezer die zich de moeite getroost om Spotify aan het werk te zetten, komt zo helemaal in hun leefwereld. Koch en Reisel bespreken verder ook de in de jaren 70 vigerende jongerencultuur en de maatschappelijke achtergrond waartegen ze als kinderen van welstellende liberale ouders zijn opgegroeid. Openhartig leggen ze hun adolescentenziel bloot en bekennen ze hoe ze elkaar en zichzelf toentertijd hebben ervaren. Dat Koch zichzelf als een arrogante, intollerante en sektaire jongeling bestempelt (N.B. door Reisel beaamd), is eerlijk en bevestigt het beeld dat velen van hem hebben. Maar moet hij nu zo nodig blijven afgeven op die ‘halfzachte leraren’ (p. 125)? Welk onverwerkt schooltrauma ligt hiervan aan de basis? In zijn brieven met herinneringen aan Spinoza komen we het alvast niet te weten. Is een medeleerling pesten echt zo onschuldig als hij beweert (p. 188)? Dat hij er decennia later nog steeds zo vlotjes over gaat, stuit tegen de borst. Koch zoekt de verklaring van zijn arrogantie in zijn verlegen natuur. De jongen die hij ooit pestte, zal hem wellicht niet zo schuchter hebben gevonden …
Ook Reisel moet niet onderdoen in meewarigheid: moet een amateurgezelschap uit Antwerpen per se als aandoenlijk afgeschilderd worden (p. 267) en zijn Vlaamse tv-reeksen per definitie melig (p. 108)? En nee, mevrouw Reisel, ‘Belgisch’ is geen taal. Misschien dat beide bekende Nederlanders nu anders tegen Vlaanderen aankijken en moeten we hun uitspraken in de tijdsgeest kaderen?
In het tweede hoofdstuk lezen we de correspondentie die de beginnende auteurs (Koch in Barcelona, Reisel in Amsterdam) tussen 1986 en 1988 voerden. Ze geven elkaar muziek-, film- en leestips, berichten elkaar over hun vorderingen op literair vlak en wisselen tips uit over hoe hun schrijfsels verder moeten. De aanspreking ‘lieve Herman/Wanda’ en begroetingen als ‘warme’ en (zelfs) ‘natte zoenen’ doen vermoeden dat ze voor elkaar heel wat meer betekenen dan collega-auteurs. Bij Reisel valt beslist de grote, tot stiekeme verliefdheid neigende, adoratie op die ze voor Koch koestert. Reisel dweept met elk woord dat haar collega-schrijver pent. Zelden durft ze hem kritisch bejegenen, wat de brievenlectuur ietwat saai maakt. Ook het bijna dwangmatige inpikken op elk element dat de medecorrespondent in zijn/haar vorige brief heeft aangehaald, werkt wel eens op de zenuwen. Laat het een uiting zijn van het wederzijdse respect dat ze voor elkaar opbrengen.
De laatste brievenstroom dateert van 2017. Drie decennia na hun eerste correspondentie vertrouwen beide auteur-soulmates elkaar nog graag hun zieleroerselen toe. We ontmoeten echter een gematigder Wanda Reisel en een bezadigder Herman Koch, al doet die laatste in deze recentste brieven wel zijn bedenkelijke uitspraak over ‘de gevolgen van pesten’ (zie supra). Bioscoopbezoekers en lezers vinden in dit laatste deel ook de mening van beide auteurs over recentere boeken en films. For what it’s worth …
Is deze brievenroman nu een niet te missen publicatie? Zowel Reisel, maar vooral Koch, ouwehoeren in hun brieven maar wat aan. Deze gedachte kwam bij het lezen van de eerste brieven al spontaan bij me op, tot ze (Koch) even later dit woord zelf veelvuldig hanteren om hun correspondentieniveau te valideren. Wanda Reisel wil nog wel eens de filosofische toer wil opgaan, maar Koch houdt het down to earth met heel wat small talk.
Verschaft het schrijversduo ons wetenswaardigheden over hun leven en werk? Niet bijster veel. Wil je dan überhaupt verderlezen in dit boek? Ja, en dat is nu het gekke. Op de een of andere manier blijft hun brievengesprek boeien. Al verheft de nieuwswaarde van hun brieven zich niet ver boven die van een Facebookstatus (slechts sporadisch gaan ze in op persoonlijke of schrijf-technische aspecten), toch blijft hun correspondentie interessant genoeg om verder te lezen. Hoe dat komt? ‘Mensjes-kijken’, denk ik (in dit geval BN-kijken) en dat blijft boeien.
Je mist echter niets als je deze publicatie aan je voorbij laat gaan, maar wie het toch leest, heeft er toch enkele uurtjes leesplezier aan beleefd.
Uitgeverij Das Mag maakte er overigens een uiterst verzorgde uitgave van met harde kaft, mooie lay-out, foto’s, een stratenplan van Amsterdam Oud-Zuid en handige time line van Kochs en Weisels bio.