Lezersrecensie

Robotkind op het ruige land


Henri Osewoudt Henri Osewoudt
9 jan 2022

In mijn jonge jaren leek het of alles van literaire waarde werd gemaakt door oude, witte mannen met een drankprobleem (zoals ook alles van muzikale waarde afkomstig leek van jonge, witte mannen met een narcotica-afhankelijkheid) dus ik prijs mij gelukkig dat ik veel opgeworpen grenzen heb zien sneven. Het sub-sub-genre van (de literaire verwerking van) de abortus leek mij logischerwijs een onvervreemdbaar bolwerk van vrouwelijke auteurs. Het voorval van Annie Ernaux bijvoorbeeld, waarin ook vernietigend wordt geoordeeld over de poging van een man (John Irving) over deze thematiek te schrijven. Toen werd het 2021 en verschenen er plotseling twee romans die aan dit gevoelige onderwerp raakten: Was van Jilt Jorritsma en De Mitsukoshi Troostbaby Company van Auke Hulst. Opvallend was dat in beide boeken nogal doenerig en uitgesproken sciencefictionachtig op de vruchtafdrijving werd gereageerd. In Was werd een (mogelijk digitaal) geheugenpaleis geconstrueerd om de herinnering aan het trauma te ‘dialyseren’, in de Troostbaby Company wordt er ter compensatie van het verlies zowel een robot gebouwd als een tijdreis ondernomen (Westworld meets Dark zeg maar). Hoewel er ook iets voor valt te zeggen dat beide boeken misschien meer gaan over de liefdesrelatie die als meer of minder direct gevolg van de abortus ten onder ging, dan over het leven dat er nooit geweest is. Er zijn uiteraard ook verschillen: Was voelt als een afstandelijk en cerebraal boek dat de pijn probeert te ontlopen, Troostbaby Company is niet minder cerebraal, maar draagt het hart op zijn mouw en lijkt de pijn te confronteren en soms zelfs te omarmen. Het nieuws dat Auke Hulst een sciencefictionroman had geschreven, riep bij mij zowel vrees als verwachting op. De auteur pronkt graag met het feit dat zijn wortels veeleer en misschien ook wel veel meer in dat genre liggen dan in de (Nederlandse) literatuur, maar zijn meest uitgesproken poging in die richting (Johnny Idaho) was niet bepaald zijn meest geslaagde werk. Bij lezing blijkt echter al vrij snel dat De Troosbaby Company geen sciencefictionroman is, maar sciencefiction elementen gebruikt om bekende thema’s en gebeurtenissen uit het werk van Auke Hulst op een nieuwe manier aan de orde te stellen. De relatie tussen de hoofdpersonages is dezelfde die ook beschreven is in de debuutroman van Hulst (het incident waarbij de geliefde bij de verteller intrekt en in tranen uitbarst en bekent bang te zijn een vreselijk fout te begaan (blz. 199) wordt letterlijk beschreven in het essay Taaltunnels schrijven, dat bij de heruitgave werd gevoegd) terwijl ook de ongestructureerde jeugd op het Groningse platteland uit De Kinderen van het ruige land weer aan de orde komt. En stond in die heruitgave van Jij en ik en alles daartussenin, ook niet het verhaal Paul Simon, 1972 over een ‘vroegtijdig verloren vrucht, die tot wasdom komt zonder dat de moeder daar weet van heeft?’ Deze benadering voelt soms een beetje als ‘genoeg over de toekomst, nu weer over mij’, maar er worden toch ook al genoeg dystopische verhalen geschreven, dus uiteindelijk is de keuze om sciencefiction als middel in te zetten in plaats van als doel, een gerechtvaardigde. Het is misschien link om het in het kader van een recensie van deze roman over verwachtingen te hebben. Tijdens een roadtrip door Japan legt hoofdpersoon Auke van der Hulst aan zijn robotdochter Scottie uit wat luie recensenten zijn: ‘Die niet proberen te begrijpen wat de schrijver met een tekst wil, maar alleen maar bezig zijn met wat ze liever hadden gelezen. Recensenten die een tekst martelen zonder geïnteresseerd te zijn in de betekenis, de betekenis (sic), hooguit in een teken dat de aframmeling de schrijver pijn doet en de recensent in zijn kleine narrenwereld macht heeft. Om het maar eens overdreven bloemrijk te zeggen.’ (blz. 507). Dit is weliswaar niet zo kernachtig als ‘critici zijn hyena’s die tegen de piramides pissen’ en het is ook ontegenzeggelijk waar, maar dit citaat illustreert toch ook een aspect van het boek dat gaandeweg wat vermoeiend wordt. De Troostbaby Company lijkt nadrukkelijk zelfbewust een groot en belangrijk boek te willen zijn en daarmee wordt het af en toe ook een beetje koket. Het laatste zinnetje in het bovenstaande citaat is daar een voorbeeld van, maar als in het boek binnen het boek bijvoorbeeld de verteller zijn geliefde ontmoet, wordt er niet alleen verwezen naar Captain Marvel en Star Wars, maar ook in dezelfde alinea naar Zadie Smith en Rilke. Alle verwijzingen en vermenging van genres en dergelijke, voelen gaandeweg als imponeerdwang. Het lijkt of het verhaal zich soms een beetje opblaast om zich groter voor te doen dan het is. Om te laten zien dat het er heus mag zijn, dat het belangrijk is. Terwijl het verhaal in de kern misschien wel heel eenvoudig is: jongen ontmoet meisje, jongen verliest meisje, jongen blijft alleen achter. Verteller Auke van der Hulst (Hulst doet inderdaad weinig moeite het autobiografisch gehalte van zijn roman te verhullen) houdt terwijl hij onder het pseudoniem A.K. Anthony bezig is aan autobiografische sciencefictionroman (De lasso van de tijd) een Dagboek (Privé Domein-achtig) bij waarin hij terugkijkt op zijn stormachtige relatie met Mila, die resulteerde in een afgebroken zwangerschap, waarop zij niet veel later met een andere partner wel een gezin vormde. In De lasso van de tijd heten de geliefden Kaj en Sam en probeert Kaj de hem onwelgevallige uitkomst te wijzigen door terug te reizen in de tijd. Auke van der Hulst probeert zich op zijn beurt met het ongelukkige eind van de affaire te verzoenen door in Japan een robotkind te laten bouwen (overigens gemaakt uit de embryo die hij heeft opgegraven) waarmee hij ook enige tijd op zijn geboortegrond doorbrengt (robotkind op het ruige land). Uiteindelijk loopt niets van dit alles goed af. Auke van der Hulst, de permanente buitenstaander, de jongen die altijd anders was dan de rest, blijkt niet in staat zijn robotdochter veiligheid of troost bieden als zij ontdekt dat zij anders is dan de rest en zijn pogingen alles te dempen, de probleem uit de weg te gaan, maken zaken alleen maar erger. Kaj reist terug in de tijd, maar lijkt ondanks al zijn belezenheid te hebben gemist dat de paden in de Tuin van Borges zich misschien wel op verschillende manieren splitsen, maar uiteindelijk toch allemaal naar telkens dezelfde bestemming leiden. Of het leger nu de nacht ervoor verschrikkingen heeft doorgemaakt of te gast was op een prachtig feest: in beide gevallen win het de slag. De gekozen opzet zorg er ook voor dat niet alleen de gebeurtenissen zich met soms minieme variaties herhalen, maar dat ook gevoelens en inzichten niet wezenlijk lijken te veranderen. Op een gegeven moment hoop je dat De lasso van de tijd, het luchtige Groundhog Day gaat zijn tegenover het zwaarmoedige Lost in Translation dat het raamverhaal van De Troostbaby Company is, maar in alle beschreven werkelijkheden blijft de verteller steken in zijn uitgesleten groef van passiviteit, onmacht en zelfbeklag. Dat maakt het boek uiteindelijk behalve letterlijk ook figuurlijk wat (te) zwaar en (te) veel. Wil niet zeggen dat het een slecht boek is, integendeel, als werkelijk niets je meer van vooruit bladeren lijkt te kunnen weerhouden, houdt de verzorgde, beeldende schrijfstijl je wel op het rechte pad. Maar de literaire comfortzone van de auteur lijkt aanmerkelijk groter dan de emotionele comfortzone van alle gedaantes van zijn hoofdpersonage en dat wringt op een zeker moment. Om het op zijn sciencefictions te zeggen: de withete kern waar het verhaal om draait en dat het voortstuwt, lijkt op een gegeven moment opgebrand en implodeert dan tot een zwart gat waardoor het verhaal deels wordt opgezogen. À propos van niets: de manier waarop Kaj naar het verleden reist, herkende ik uit het derde seizoen van The Leftovers. Op zich niets mee, in navolging van Nanne Tepper ben ik van mening dat binnen een kunstwerk iedere overeenkomst met een andere kunstuiting op louter toeval berust, tenzij er een verwijzing wordt beoogd, maar als je aan het einde van de roman een aantal pagina’s inruimt om alle verwijzingen en citaten uit te leggen (hoezo koket?), en deze buiten beschouwing laat, staat dat toch ook een klein beetje vreemd.

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur