Lezersrecensie

De dichter als werkelijke duider tussen het nieuws


8 jan 2014

De Debuutprijs Het Liegend Konijn. De Anna Blamanprijs, de Eline van Haarenprijs, de J.C. Bloemprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de Jo Petersprijs. En de VSB Poëzieprijs.<br /> Die kreeg Ester Naomi Perquin (1980) allemaal voor haar poëzie, er verschenen drie bundels van haar hand: <em>Servetten halfstok</em> (2007), <em>Namens de ander</em> (2009) en <em>Celinspecties</em> (2012). Het succes leidde onder andere tot het stadsdichterschap van Rotterdam, de stad waar ze woont, en tot een plaats in de kolommen van De Groene Amsterdammer en sinds kort ook het Rotterdam-katern van NRC Handelsblad. De beste columns zijn nu gebundeld in <em>Binnenkort in dit theater</em>. De titel haalde ze van straat, de regel staat gekalkt op een van de buitenmuren van de gevangenis waar ze ooit werkte om haar studie te betalen.<br /> Fijn detail is dat de stukjes op alfabet in de bundel zijn opgenomen. Maar het zijn natuurlijk helemaal geen columns. De actualiteit heeft geen enkele importantie en maar een enkele keer is een vleugje van een meninkje te bespeuren. Het is ook geen poëzie. Waar het hier om gaat zijn (zeer) korte verhalen, en heel goede ook. Als je alles in deze bundel achter elkaar leest is het net een roman. De belevenissen van Ester Naomi, het vliegende vraagteken. Perquin zweeft door het leven, oordeelt niet, ziet wel alles, ook zichzelf en schrijft daar met grote mildheid over. Wie de columns van deze dichter leest, heeft geen meditatiecursus meer nodig. Kijk door haar ogen en blijf kalm. Ze schrijft: ‘Als iets met voldoende gelukzaligheid wordt naverteld is het haast onmogelijk het niet te stelen, als toehoorder.’<br /> Perquin staat stil in een detail, laat de associaties komen en dan gebeurt het. In de supermarkt, in de trein, bij de apotheek, op straat, thuis, op een feestje, tussen schrijvers. En wanneer ze bij een vriend op de koffie is. Er komen speculaasjes op tafel, zij denkt aan speculaties: ‘Een pak speculaties’. De sombere vriend zegt dat we met te veel zijn, en dat we te dik worden. ‘Om toch iets te zeggen te hebben’, vertelt zij over een experiment in een kantoor in New York, over het effect van levende planten op de werksfeer. Het effect was groots maar de vriend besluit: ‘In New York worden de mensen nog dikker dan hier’. Droefenis, ja, maar wel mooie droefenis.<br /> Wat zou het mooi zijn als meer dichters meer zouden schrijven in meer kranten. Met alleen het nieuws en de duiding kunnen we de wereld niet begrijpen, daar hebben we de literatuur voor nodig.

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur