Lezersrecensie
Nieuwe Van Loy niet overtuigend
31 jan 2014
In het jaar dat A.F.Th. van der Heijden met Tonio de Libris
Literatuur Prijs won, stond de Vlaming Jan Van Loy (1964) op de
shortlist met zijn roman Ik, Hollywood. Een groots epos over de
jonge Louie Peters die het schopt tot filmtycoon.<br />
Het deed reikhalzend uitzien naar een volgende roman van Van Loy en
die is er nu: Veertig jaar liefde. Maar, om met het oordeel te
beginnen, deze valt tegen.<br />
<br />
De roman bestaat uit een aantal lange brieven van een 'natuurlijke'
vader aan zijn dochter, die mogelijk niet heeft geweten dat ze ooit
werd geadopteerd.<br />
Elk jaar op 23 september schrijft hij haar een lange brief, te
beginnen in 1961. Met telkens een compliment over haar vorderingen,
waarmee hij maar wil aangeven dat hij haar wel degelijk volgt. Maar
de brieven ondertekent hij niet en hij geeft geen adres, zodat ze
niet kan reageren, als ze dat al zou willen. Geen enkele compassie
verder met de dochter, de brieven gaan alleen maar over hemzelf.
Wat een gruwelijke kerel.<br />
<br />
Hij vertelt haar zijn levensverhaal. Het hangt van fout in en nog
fouter na de oorlog aan elkaar. Een raadselachtig spionageverhaal,
vol verraad en bizarre complotten.<br />
Deze constructie wringt. De brieven zijn niet alleen te lang, Van
Loy heeft ze ook te veel als een romantekst opgeschreven en die is
dan weer te mooi om als geloofwaardige apologie te overtuigen. De
aanleiding om aan de dochter te blijven schrijven, tot 2001 aan
toe, blijft uiteindelijk vaag.