Lezersrecensie
Hafid Bouazza schrijft met vaste hand
23 jan 2014
<br />
‘Een lied is tot ons gekomen dat wij zingen willen, sta ons bij,
schone muzen, maar omdat wij niet rijmen kunnen, maar wel
trommelen, zullen wij het in proza vertellen’.<br />
Welkom terug, Hafid Bouazza.<br />
De schrijver - van De voeten van Abdullah en het eminente Paravion
- heeft de lezer vijf jaar laten wachten op een nieuwe roman.
Die is er nu, de titel is <em>Meriswin</em>. Amper een week
na verschijnen is het boek al haast achter de persoon van
de auteur zoek geraakt. Hafid Bouazza (44) heeft een
alcoholverslaving waar hij niet meer tegen wenst te vechten.
Dit heeft door de vele interviews die hij heeft gegeven de
aandacht van de roman weggetrokken.<br />
De tijden zijn al lang voorbij dat een roman als een autonoom
kunstwerk werd beschouwd. Het boek stond los van de auteur, was de
gedachte, en ook al was hij een slechterik, het boek kon er
wel om deugen. Wellicht had Bouazza’s <em>Meriswin </em>nog
een kans gemaakt als in de roman geen sloten drank hadden gevloeid
– cognac bij het ontbijt - en de hoofdpersoon niet met een
delirium in het ziekenhuis was beland.<br />
Laat onverlet dat we een poging kunnen doen de roman op zijn
literaire merites beoordelen. En dan valt het oordeel redelijk
positief uit. Het is en blijft een groot genot om Bouzza’s
tuimelende taal te volgen, te savoureren zelfs. Vanaf zijn
debuut heeft hij blijk gegeven over een ongekende woorden- en
taalschat te beschikken.<br />
Liever dan zich te verliezen in vluchtig hip jargon en neologismen
grijpt hij terug op het Middelnederlands of het
negentiende-eeuws. Zo schrijft hij: ‘Hij had iets sybaritisch
over zich’. Tekstverwerkingsprogramma’s kennen het woord niet,
maar anderhalve eeuw geleden betekende het nog gewoon ‘verwijfd’.
Bouazza schudt ze zo uit de mouw. Het verrijkt de
taalmuziek op schitterende wijze. De beelden, observaties en
vergelijkingen buitelen ongeremd over elkaar heen.
Overdrijving ligt wel op de loer. Het is siervuurwerk en zelfs
hier en daar koud vuur, en dat, zo weten we van Boudewijn de
Groot, komt niet in de krant.<br />
Het subtiel verraderlijke van <em>Meriswin</em> zit ‘m uitgerekend
in het verschil tussen de hoofdpersoon en de schrijver. De eerste
gaat traag ten onder aan zijn eindeloze inname van
alcoholische dranken, wat een extra tragische lading krijgt door de
al even niet aflatende liefde en zorg van zijn vrouw en muze,
Merijne.<br />
De schrijver daarentegen, Hafid Bouazza heeft alles geheel onder
controle. Let op zijn subtiele spel met kleuren, met lichaamsdelen
(enkels!) en ook wikkelt hij de ogenschijnlijk onbeduidende
draden keurig af. Wordt ergens aan het begin gemeld dat een
boomhut niet af is, honderd pagina’s verder komt de niet meer
verwachte uitleg. Vernuftig, om ‘nuchter’ te vermijden.