Lezersrecensie
Van Beijnum gaat breeduit
31 jan 2014
Vier jaar heeft Kees van Beijnum (1954) gewerkt aan zijn nieuwe
roman De offers, inclusief uitvoerige research. Niet een manier van
werken die nieuw voor hem was.<br />
<br />
Hij debuteerde, 23 jaar geleden, met de reconstructie van een moord
in Amsterdam. De offers is vele malen ambitieuzer, al kan ook zijn
tiende roman een reconstructie worden genoemd. Hij schrijft over
het Tokio Tribunaal, dat vanaf 1946 in Tokio werd gehouden om
Japanse oorlogsmisdadigers te berechten. De Aziatische tegenhanger
van de processen van Neurenberg, waar nazi's werden berecht.<br />
<br />
De offers is een roman, maar Van Beijnum voert meer historische
figuren op dan fictieve. Hij noemt tien van de elf rechters bij
naam en voert hen sprekend op, alleen de Nederlandse rechter
niet.<br />
In werkelijkheid was dat Bert Röling, professor en polemoloog in
Utrecht en Groningen. In de roman heeft hij de naam Rem Brink
gekregen, zodat de schrijver de vrijheid houdt hem een affaire met
een Japanse schone te laten hebben.<br />
<br />
Deze Michiko, die Brink de tweede keer dat hij haar ziet - ver
voordat ze wat met elkaar krijgen - helemaal niet herkent,
belichaamt de raadselachtigheid die Japan in westerse ogen altijd
houdt. Door de affaire komt zij in de problemen en wordt een
outcast. Het stelt Brink voor een onmogelijke keuze.<br />
<br />
Dit spiegelt zich in de afwijkende positie die hij inneemt op
juridisch gebied. Hij schaart zich achter de opvatting van de
Brits-Indische rechter Radhabinod Pal dat Japan niet kan worden
veroordeeld voor 'misdaden tegen de vrede' op basis van wetten die
pas na de oorlog werden opgesteld. Zo raakt Rem Brink ook hier
geïsoleerd. Bij het tribunaal had Bert Röling indertijd ook
afwijkende meningen. Vijf van de verdachten hadden volgens hem
vrijgesproken moeten worden.<br />
Van Beijnum heeft een mooie roman geschreven, maar het verteltempo
ligt wel erg laag. Hij is echt breeduit gegaan.<br />
<br />
Uitgebreide beschrijvingen van de Japanse natuur mochten niet
ontbreken. Voor de couleur locale. Maar hij doet dat zonder een
poging om te komen met originele beelden en helaas inclusief
overbodige bijvoeglijke naamwoorden. Zo klinkt tweemaal binnen vier
bladzijden 'een ijzige kreet'.