Lezersrecensie
Beelden die prachtige taal worden
11 jan 2014
Ruben is 10 jaar. Hij is de zoon van de ik-verteller in <em>De
laatste ontsnapping</em>, de weergaloze nieuwe roman van Jan van
Mersbergen. In de klas komt Deedee, ook 10, naast Ruben zitten.
Meteen vrienden voor het leven. Deedee leeft bij zijn moeder en
weet niet wie zijn vader is. Hij kijkt de beweging af waarmee de
verteller zijn mobiele telefoon ontgrendelt. Werkt dat zo? Daarna
kijkt hij de beweging bij zijn moeder af, en zo vindt Deedee het
nummer van zijn vader. Hij belt hem gewoon: ‘Jij bent mijn
vader’.<br />
<br />
De vader leren elkaar kennen. De vertellende vader is werkloos, de
andere - uit Joegoslavië - kan een Houdini-act. Het worden
drinkebroers. Ivan mist zijn broer, al sinds de Balkanoorlog. En
opeens wordt hij ook met de verantwoordelijkheid voor een zoon
geconfronteerd. Dat zet extra druk op zijn Houdini-act.<br />
<br />
Prachtig, het contrast tussen de vaders. Ivan die het leren moet,
de verteller die het allemaal denkt te weten. Maar in de
toenadering tussen Deedee en Ivan ziet hij zijn eigen falen op dat
terrein pijnlijk weerspiegeld. Onbenoemd blijft hoe zijn huwelijk
wel moet lijden onder de aaneengeschakelde avonden die hij
doorbrengt met Ivan en gemakkelijke vrouwen in de kroegen van de
Delta, bijnaam voor het natte gebied van Amsterdam.<br />
<br />
<em>De laatste ontsnapping</em> van Jan van Mersbergen is in alle
lagen die de roman telt uitstekend. De hogeschool van het schrijven
past perfect bij een aards, eenvoudig, aangrijpend verhaal over
vaders en zonen, vriendschap en loyaliteit, over een mannenwereld
die van weinig woorden aan elkaar hangt en waarin een blik van
verstandhouding volstaat.<br />
<br />
Het stilistisch hoogtepunt van de roman is het hoofdstuk ‘Ik wist
wel dat je hem zou smeren’, waarin de verteller kennismaakt met een
vriend van Ivan die als tekenaar zijn kostje bij elkaar sprokkelt
op het Leidseplein. Hij is een man van helemaal geen woorden, een
tekenaar tekent nu eenmaal. En wat hij tekent is het verhaal van
Ivans jeugd, wat dan via de verteller door Jan van Mersbergen zo
tot in detail wordt opgeschreven dat de tekenaar er wel tien
schetsboeken voor nodig moet hebben gehad. Beelden in woorden
vervat, beelden die taal worden – wat is dit mooi gedaan. In een
roman die vrijwel alles wat de laatste tijd aan Nederlandse
literatuur is verschenen in de schaduw stelt.