Lezersrecensie
De funfactor is niet de moordplot
4 jan 2017
Wie zou ooit vermoeden dat een illustrator als Marten Toonder aspiraties had om spannende boeken te schrijven? Zijn eerste en enige thriller 'Tim MacNab zoekt kopij' is nu voor het grote publiek uitgegeven. Een uiterst verzorgd boekje: in al zijn eenvoud misschien wel des te opvallender. Nostalgisch groen met daarop een karakteristieke, uiteraard door Toonder zelf getekende figuur. Tim MacNab. Een personage die het midden houdt tussen een brutale verslaggever en geroutineerde privédetective, met misschien wel een vleugje Pietje Bell.
Deze MacNab is een van de tien passagiers aan boord van het vrachtschip de Wega, waar kapitein Sixma aan het roer staat. De kapitein, algauw tot "cappy" omgedoopt door MacNab, is in het verhaal de ik-verteller die zich aanvankelijk groen en geel ergert aan de vrijpostige MacNab. Toch ziet de kapitein zich al gauw gedwongen met hem samen te werken wanneer een van de passagiers wordt vermoord. Samen voeren ze een onbeholpen speurtocht naar de dader die zich aan boord moet bevinden.
Het geheel aan ontwikkelingen ontleent zich zonder enige speculatie aan Agatha Christie en Arthur Conan Doyle, beiden uiteraard een lichtend voorbeeld voor menig beginnend thrillerauteur. 'Tim MacNab zoekt kopij' is 'Tien kleine negertjes' op een schip, neergeschreven door John Watson, de sidekick van Sherlock Holmes, hier in de wat fletse hoedanigheden van "cappy" respectievelijk MacNab. Door dit gegeven krijgt het boek in de eerste plaats een tijdloos karakter, tegelijkertijd is het charmant gedateerd.
De grootste funfactor van het verhaal is namelijk niet de vrij voor de hand liggende moordplot. 'Tim MacNab zoekt kopij' lees je vooral om te zien hoe het verhaal te plaatsen is in de geschiedenis -in het bijzonder in Toonders eigen leven- en daarnaast om te zien hoe het zich verhoudt met andere spannende literatuur in die tijd. Het voorwoord van de bekende thrillerauteur Thomas Ross en het nawoord van Toonders kleinzoon Irwin M. Toonder zijn hierbij van onmisbare meerwaarde in deze uitgave en interessant voor elke Toonder liefhebber.
Toonders enige pennenvrucht mag dan het dertien-in-een-dozijn-niveau dan niet ontstijgen, het toont in ieder geval aan hoeveel groter zijn talent was voor het zich uitdrukken en onderscheiden in illustraties.