Lezersrecensie
Thuis komen
26 jan 2017
Je zou Maangloed kunnen beschouwen als een (niet lineaire) biografie van Chabons opa van moederszijde. Niets is minder waar. Maangloed begint in 1957, op het moment dat opa zijn werkgever met een telefoonsnoer probeert te wurgen. Een dappere secretaresse grijpt in en voorkomt een gewisse dood. Wat een vreemde snuiter, denk je, maar al snel wordt duidelijk dat deze oude baas, die op zijn sterfbed zijn kleinzoon vertelt over zijn leven, niet zomaar iemand was.
“The mission you can fly!” Zo luidt de advertentie op de eerste pagina van Maangloed. Een advertentie geplaatst door Chabon Scientific Co. Chabon, opa van vaderszijde, de man die goedkope arbeidskrachten zocht en daarvoor aanklopte bij de gevangenis. Zo leerde hij de ingenieur lucht- en ruimtevaarttechniek kennen, het opgewonden standje dat zijn baas had proberen te wurgen. Diens speciale belangstelling voor rocketscience is mede ingegeven door zijn ontdekking van een V2-raket in nazi-Duitsland, tijdens de bevrijding. Daar stuitte hij op concentratiekamp Mittelbau-Dora, waar knappe koppen waren tewerkgesteld om de V2 te ontwikkelen, geniale geesten, ondergebracht in mijnen onder een berg. Bij aanblik van de uitgehongerde gevangenen, na het vernemen van hun verhalen, besloot hij de aanstichter van dit alles en tevens uitvinder van de V2 op te sporen. Hij nam zich voor hem, Graff Werner von Braun, daarna ter plekke te vermoorden. Daarbij had hij een troef in handen: alle documentatie, tienduizenden pagina’s, waarin de ontwikkeling van de V2 was vastgelegd. Helaas gaf Von Braun zich aan een onwetend groepje Amerikanen over vlak voor de protagonist hem had achterhaald. In de decennia erna werd de oorlogsmisdadiger niet berecht, maar groeide hij uit tot een Amerikaanse volksheld die aan de basis stond van de eerste maanlanding. Toen dat live werd uitgezonden op tv, verliet de ingenieur de kamer. Later, op een congres, kwam hij hem dan eindelijk tegen, Von Braun, Graff Werner, pissend in een pot met een ficus, in de lobby van het conferentiecentrum. Daar liet hij hem in leven, maar zette hem een hak die Von Braun tot grote woede dreef, misschien wel tot aan het eind van diens leven.
De roots van Michael Chabon waren tot dit gesprek met zijn opa door mist omgeven. Tijdens zijn leven was opa een zwijgzame man, ook de moeder van Michael Chabon liet zelden het achterste van haar tong zien. En dan begint opa te vertellen. Ineens blijkt oma een heel andere vrouw dan degene zoals zij zich altijd heeft voorgedaan. Allerminst was zij het Joodse weeskind uit Frankrijk dat na WO-II naar de VS emigreerde. En haar visioenen van het Gevilde Paard hadden niets te maken met de leerlooierij waarin zij zegt te zijn opgegroeid. Opa besloot zich vast te houden aan die andere waarheid, aan dat ‘alternatieve feit’. Hij verschuilt zich in de grote liefde die hij voor haar heeft gevoeld. Door de verhalen die Michael Chabon in die laatste dagen van zijn opa verneemt, wordt de ui gepeld, ontdekt hij zijn achtergrond, kan hij gebeurtenissen uit het verleden plaatsen.
Allerminst is Maangloed een ‘ordinaire’ biografie. Het is een ontdekkingsreis, een associatief ondergaan van de emoties die horen bij een bijzonder leven. Zoals The Guardian terecht schreef over deze roman: “Chabon is a spectacular writer, a language magician!” Maangloed, wát een boeiend relaas, en hoe schitterend geschreven…