Lezersrecensie
Zo is het werkelijk gegaan - een les in diplomatie
21 jan 2023
Een jaar voordat het spraakmakende ‘Revolusi’ (David van Reybrouck) verscheen, schreef voormalig journalist John Jansen van Galen een verhelderend boek over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Anders dan in ‘Revolusi’, dat naast historische bronnen is gebaseerd op persoonlijke overleveringen, gaat Jansen van Galen vooral uit van archieven die vijftig jaar na de onafhankelijkheid zijn vrijgegeven door de Nederlandse staat. Zo citeert hij regelmatig uit diplomatieke verslagen en maakt hij inzichtelijk hoe politiek opportunisme en partijbelangen het algemeen welzijn van de Nederlandse en – veel meer – de Indonesische bevolking slechts een bijrol speelden. Ook ontkracht hij drie veel gedeelde mythes:
“Nederland verzette zich tussen 1945 en 1949 hardnekkig en gewelddadig tegen dekolonisatie van Indonesië.”
In 1942 gaf koningin Wilhelmina vanuit Londen in een radiotoespraak al aan dat Nederland aan de slag ging met die dekolonisatie. Dat de gewenste afwikkeling daarvan anders is gelopen dan toen werd voorzien, is een bijzaak.
“De souvereiniteitsoverdracht van 1949 was een debacle voor Nederland.”
Jansen van Galen toont glashelder aan dat dit allesbehalve het geval was. Zowel de Britse als – vooral – de Amerikaanse autoriteiten drongen erop aan dat Nederland concessies deed bij de overdracht. Zij beseften dat de ‘Republik’ zich niet aan afspraken hield, maar was bang dat Indonesië in de armen van het communisme zou worden gedreven. In de naoorlogse jaren was Nederland afhankelijk van Marshallhulp, dus de wens van de VS was zeer belangrijk om rekening mee te houden.
“Nederland heeft in 1962 de Papoea’s, aan wie het na de Indonesische onafhankelijkheid zelfbeschikkingsrecht beloofde, lelijk in de steek gelaten.”
Met name deze laatste stellingname is interessant als je ook het relaas van de familie Kaisiepo (‘Een Perspectief op Papoea’) hebt gelezen. Vader Kasiepo was een van de twee leidsmannen van Papoea die begin zestiger jaren in Delft in ballingschap zijn gegaan. Daar hebben dochter Gerda en zoon Herman mij hun interpretatie van die gebeurtenissen verteld. Overigens waren zij begin zestiger jaren kleine kinderen en kennen zij de verhalen uit overlevering van hun vader.
Met ‘Fiasco van goede bedoelingen’ heeft John Jansen van Galen een uitstekend relaas geschreven van hoe Nederland haar ‘Insulinde’ moest prijsgeven. Bovendien is het een handleiding voor de diplomaat-in-de-dop. Chapeau!