Lezersrecensie
Onthutsend beeld van een verloren natie
30 jan 2020
Een van de eerste dringende adviezen die je krijgt bij begin van een studie Geschiedenis is de volgende: 'Lees geen autobiografieën, want niets is zo benevens de waarheid als de ‘feiten’ die in biografieën worden vermeld'. Met die wijze woorden in gedachten begon ik aan de autobiografie van Barack Obama, een man op de dag af even oud als ik. Vooral zijn motivatie om dit boek te schrijven – “Waar mogelijk wil ik de lezers een gevoel geven van hoe het is om de president van de Verenigde Staten te zijn.” – beloofde een spannende leeservaring.
In het besef dat ik vooringenomen ben, ten slotte heb ik Obama altijd bewonderd, kan een dergelijk boek eigenlijk niet anders dan tegenvallen. Sterk is de beschrijving van de loodzware aanloop naar de nominatie tot presidentskandidaat van de Democraten. De tegenwerking binnen de partij waarbij het moddergooien, zoals we dat kennen van de strijd tussen Republikeinen en Democraten, niet van de lucht is. De rol van zijn partner Michelle, een ijzersterke vrouw zoals Obama die verschillende malen toont. Gezien de gemengde afkomst van de jonge burgerrechtenadvocaat – een Keniaanse vader en een (blanke) Amerikaanse moeder – was zijn gooi naar het presidentschap misschien wel de meest onrealistische uit de geschiedenis van de VS, waar openlijk racisme eerder regel dan uitzondering is.
Wat Obama bijzonder helder in beeld brengt is de afhankelijkheid van zijn briljante medewerkers, mensen die zich bijna letterlijk kapot werken voor hem. Daarvoor geeft hij hun in dit eerste deel van zijn autobiografie alle credits. Samen zullen zij de grote thema’s in Amerika aanpakken: “de noodzaak voor fundamentele verandering; de noodzaak langdurige problemen zoals de gezondheidszorg en klimaatverandering aan te pakken; de noodzaak de uitgeholde verdeling tussen de twee partijen in Washington achter ons te laten; de noodzaak voor betrokken en actief burgerschap.”
Helaas, de realiteit is weerbarstig. Nog nooit is het land zo verdeeld geweest: je bent voor (Democraten) of je bent tegen (Republikeinen). Al decennia neemt die polarisatie toe. Nagenoeg alle initiatieven van Obama worden per definitie tegengewerkt door de Republikeinen, ongeacht of deze plannen de bevolking van de VS ten goede komen. Af en toe laat Obama doorschemeren dat hij zich hier mateloos aan ergert. Alleen in achterkamertjes kan hij soms met enkele republikeinen tot een akkoord komen. Wat hij niet beseft is dat hij een kind van de Amerikaanse maatschappij is. Zo haalt hij met enige voldoening een tactisch advies aan van Nancy Pelosi: “Je hoeft geen minuut te denken dat we het Amerikaanse volk er niet bij elke gelegenheid aan zullen herinneren dat de Republikeinen de financiële crisis veroorzaakt hebben.” En inderdaad, de aanpak van Obama verschilt in die zin nauwelijks van die van de Republikeinen. In plaats van te werken aan een van de speerpunten van zijn campagne – “de noodzaak de uitgeholde verdeling tussen de twee partijen in Washington achter ons te laten” – pakt ook hij (onbewust?) iedere kans om de kloof tussen beide partijen te vergroten.
Obama geeft een beeld van “het standaardpatroon” van internationale topconferenties, waarbij “autocraten … niet in staat hun eigen persoonlijke belangen te onderscheiden van die van hun naties.” Laat dat nu in essentie hetzelfde zijn als waarmee zowel Democraten als Republikeinen hun dagen vullen. Toch is Obama blind voor het feit dat de huidige VS geen democratie meer zijn, althans niet in de zin van wat wij in Nederland onder democratie verstaan. De VS worden beheerst en verlamd door twee partijen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Zolang de partij er voordeel bij heeft, kan het volk worden gediend. Is iets echter overduidelijk ten voordele van de bevolking maar bestaat de kans dat het imago van de partij – of het nu de Democraten of de Republikeinen betreft – een krasje kan oplopen, dan kan het volk de pot op.
‘Liefde is niet blind, ze verrekt het dat ze kijkt,’ zei mijn oma zaliger. 'Een beloofd land' is een voorbeeld van soortgelijke blindheid. Dit beloofde land is volledig ten onder gegaan aan grootheidswaan en machtspolitiek. De kloof tussen Democraten en Republikeinen is zelden zo groot geweest als nu. Zo lang het eigenbelang en het persoonlijk gewin leidend blijven, is er weinig hoop. 'Een beloofd land' is dan ook vooral een document van zelfrechtvaardiging, een opsomming van de eigen prestaties. Vanzelfsprekend geeft Obama toe dat bepaalde besluiten – Guantánamo, oorlogsvoering in het Midden Oosten, arrestatie van Moammar al-Qadhafi en omverwerping van diens dictatuur in Libië – minder gelukkig zijn uitgepakt, maar stelt hij dat het alternatief nog erger zou zijn geweest. In die zin is de waarschuwing van de lector Geschiedenis geen overbodige luxe als je aan deze dikke pil begint.
Ondanks mijn teleurstelling, meer in de teloorgang van de VS dan in Obama als persoon, zal ik straks ook het tweede deel van de autobiografie aanschaffen. Wel hoop ik dat uitgeverij Hollands Diep dan (veel) meer aandacht aan de redactie van dat boek besteedt.