Lezersrecensie
Fascinerend, meeslepend, onrustwekkend meesterwerk
15 jan 2022
Verbazingwekkende roman van een jonge vrouw (31), 32 bij haar overlijden) die een volledig afgesloten leven leidde met haar zussen in Yorkshire. Blijkbaar had ze een uitzonderlijk sterk karakter en een tomeloze energie, ook al stierf ze aan tuberculose. Het verhaal van twee families waartussen, verspreid over de tweede en derde generatie, maar liefst vier huwelijken plaatsvinden. Het verhaal vooral van Heathcliff, die door één van de familievaders als duister weeskind zonder herkomst in huis wordt gehaald, jaloers geminacht wordt door zijn adoptiebroer en verliefd wordt op zijn adoptiezus – die uiteindelijk kiest voor een telg uit het andere geslacht. Beide trauma’s zetten Heathcliff aan tot een ziekelijk gemene wraakoperatie die twintig jaar duurt. Hij misleidt en verleidt het ene familielid na het andere, trekt ze of dwingt ze in zijn huishouden waar ze gevangen zitten in een sfeer van pure haat (wraak voor niet aanvaard te zijn in zijn adoptiegezin), en zet ze aan tot huwelijken die gedoemd zijn tot mislukken en nieuwe wederzijdse afkeer (wraak voor zijn blauwtje bij de vrouw van zijn leven).
Heathcliff is een fenomeen: zo doortrapt en gemeen en haat- en wraakzuchtig dat hij mythisch wordt. Op ongeveer tweederde wordt het verhaal zelfs wat eentonig, omdat Heathcliff nog maar eens dezelfde truuks lijkt uit te halen waarmee hij eerder al anderen in het ongeluk heeft gestort. Maar dat duurt maar enkele tientallen bladzijden, want zijn laatste wraakoefening wordt zo extreem dat je haast naar adem snakt. Naar het einde toe wordt het zonder meer verstikkend en zou je hem met het grootste plezier in mekaar slaan en in de fik steken. Het verbazingwekkende is dat de hele operatie nooit echt zijn geloofwaardigheid verliest: je voelt dat dit kan, dat de naïviteit van Victoriaanse meisjes en de domme trots van Victoriaanse mannen echt tot dit soort situaties kan leiden. Brontë heeft maar één truuk nodig: de gouvernante Nelly die voortdurend doorgeefluik speelt, best van allen ziet wat er gebeurt, maar veel te zelden en te vaag dié informatie doorgeeft. Toch slaagt Brontë erin om zelfs dat geloofwaardig te maken, doordat Nelly ook een paar keer een blauwtje loopt wanneer ze wél informatie doorgeeft.
De vertelstructuur is ook behoorlijk uniek. Eigenlijk is de verteller ene Lockwood, die van 1801 tot 1802 de Grange, één van de twee landgoederen van beide families huurt. Nelly runt er nog steeds het huishouden, en na een onaangename ontmoeting van Lockwood met de familieleden die nog leven, en een spookachtige nacht in het andere landgoed, Wuthering Heights, is heel de rest van deel I Nelly’s verhaal over Heathcliffe en de rest van de familie. Een verteller vertelt dus een verteller, en ook Nelly geeft soms het woord door – op een bepaald moment zit je in een verhaal in een verhaal in een verhaal in een verhaal. In deel II vat Lockwood zogezegd het vervolg van Nelly’s verhaal samen om tijd te besparen. Waarom Brontë dat doet is onduidelijk, want in de praktijk horen we nog steeds Nelly’s verhaal, het gaat zeker niet sneller, en Lockwoods taal lijkt ook stroever te zijn. Naar het einde van de roman neemt Lockwood nog twee keer over om de gebeurtenissen van “vandaag” te rapporteren.
Brontë schrijft geweldig. Alles is tastbaar: de personages, de gevoelens, de situaties, de settings. En toch gaat het nooit te lang duren. Alles heeft ook zin: de settings (binnenshuis, binnen het landgoed, en in de vrije natuur) staan voor verschillende gradaties van vrijheid. Binnenshuis lijkt iedereen om verschillende redenen opgesloten. Er zijn talloze deuren, sloten, muren en te kleine vensters. Rond het huis wordt gedwaald, aarzelend om binnen te komen of onwelkom, of bang om de wereld in te trekken. De natuur tussen beide landgoederen is ongecontroleerde vrijheid, en ook waar de overleden personages op het kerkhof belanden. Er is een nog grotere wereld, wanneer personages naar Londen gaan – maar die wordt met geen woord beschreven. Die ligt buiten de bubbel.
Het is een liefdesverhaal (met een heel aantal verliefden en geliefden) maar dan één over de onmogelijkheid van liefde. (Daar zit ook de herhaling: twee mannen uit de twee generaties lijken op mekaar, en de ene zijn familienaam wordt dan nog de andere zijn voornaam, en twee vrouwern lijken op mekaar en dragen dezelfde voornaam. Wat al aantoont dat de herhaling opzettelijk is.) Het is een verhaal van wrok en wraak. Van bedoeld en onbewust egoïsme. De meeste personages zijn onuitstaanbaar, maar ook zo kwetsbaar dat je tegelijk iets van medelijden voelt – op Heathcliff na, die pas kwetsbaar wordt wanneer je hem al té intens haat. Het is ook een waanzinnig intens boek. Alle scènes, alle personages en elke verhaallijn zijn intens. Het is een romantisch verhaal dat voortdurend in de richting van een gothic novel gaat maar, op één scène na, die grens nooit overschrijdt.