Lezersrecensie
Sterke satire, schitterende scènes
17 jan 2022
Joseph K is een veelbelovende manager in een bank die een kamer heeft bij een hospita. Op een ochtend wordt hij gewekt door twee mannen die op één of andere onduidelijke manier politie zijn en hem vertellen dat hij gearresteerd is. Verderop in het appartement wachten nog een officierachtige figuur en een paar andere mannen. Maar ze nemen hem niet mee: de mededeling in al zijn raadselachtigheid volstaat. Even later krijgt hij een uitnodiging voor een verhoor – raar genoeg blijkt dat door te moeten gaan in een ruimte helemaal bovenin een verkommerde woonkazerne. En zo ontwikkelt het verhaal zich verder: nooit komt hij te weten waarvan hij beschuldigd wordt, maar meer en meer mensen blijken op de hoogte van zijn “zaak” en dat die heel ernstig is. Hij komt terecht in een soort justitiepaleis vol bureaus met mensen uit het justitie-apparaat – alleen bevindt zich dat zowaar op de zolder van diezelfde woonkazerne. Hij komt terecht bij een advocaat die zijn bed niet uitkomt wegens chronisch ziek en die geen enkel legaal document opstelt, maar dat maakt niet uit want de “belangrijke mensen” uit de justitiewereld komen hem wel bezoeken en die mensen rond zijn duim draaien is belangrijker dan juridische argumenten. K zelf is combattief: hij protesteert, probeert dingen recht te zetten, ontslaat zelfs zijn advocaat, maar wat hij doet maakt niks uit: de onzichtbare en onbegrijpelijke wielen van het gerecht draaien door. Tussen de bedrijven door komt hij vrouwen tegen: een medebewoonster, de vrouw van de conciërge van de “verhoorruimte”, de verpleegster die voor de advocaat zorgt. Door één is hij zelf gefascineerd, de andere twee werpen zich als het ware op hem.
Knap geschreven en je voelt hoe K. steeds verder vast raakt zonder dat nochtans ooit iemand hem belemmert om wat dan ook te doen. Schitterende scènes, en op een intellectuele manier ook wel sterke satire. Toch kwam ik er nooit echt in, misschien omdat K zelf nooit echt levend wordt en waar hij een persoonlijkheid lijkt te hebben toch vooral onuitstaanbaar is. In elk geval bleef ik vooral “mijn eerste Kafka” lezen.