Lezersrecensie
Schitterende start van een epische cyclus
19 jan 2022
Deel één van Les Rougon-Macquart, de twintigdelige “kroniek van een familie onder het Tweede Keizerrijk”. Zola ziet het geheel als een experimentele studie, waarin hij bekijkt hoe de invloed van de erfelijkheid het lot bepaalt van een groep mensen en de individuen die er deel van uitmaken. Volgens Zola moet dit eerste deel de “wetenschappelijke” ondertitel “De oorsprong” krijgen, en we maken inderdaad kennis met de stamvaders van het geslacht R-M. De voorgeschiedenis: een boer uit de Neder-Alpen, ene Rougon, trouwt met Adelaïde, de wat geschifte dochter van zijn overleden bazen. Ook Rougon sterft al snel en laat een zoon achter, Pierre Rougon. Adelaïde begint een relatie met een landloper en ex-soldaat, ene Macquart. Die wordt snel afgeknald door een gendarme en laat bastaardzoon Antoine en -dochter Ursule achter. Ursule trouwt met ene Mouret, een brave arbeider die met haar naar Marseille trekt. Antoine Macquart is een nietsnut die een sterke vrouw trouwt, op haar kosten begint te leven, en onder andere zoon Silvère verwekt. Pierre sjoemelt de erfenis van Antoine en Ursule onder hun neus en die van hun moeder vandaan en gebruikt die om zich in te kopen bij en de dochter te trouwen van een handelaar in olijfolie op zijn retour. Ze krijgen drie zonen. Eh voilà, de verschillende takken van het geslacht R-M zijn ontsproten.
La fortune des Rougon is het verhaal van drie personages uit het geslacht: Pierre en zijn niet minder gewetenloze vrouw Félicité, Antoine, en diens zoon Silvère. De achtergrond is de opstand in de Provence tegen de staatsgreep van Louis-Napoléon, de latere keizer Napoleon III. De Rougons, die in den beginne een ietwat geminachte familie zijn gezien de verhalen rond mama Adelaïde, weten zo te maneuvreren dat ze aan het hoofd van de Bonapartisten staan – of toch eenmaal ze zeker zijn dat die het zullen halen. Antoine Macquart, permanent ziedend van rancune tegenover zijn halfbroer, doet zich dan weer voor als republikein in de hoop zo wraak te kunnen nemen. Beiden zijn opportunistische lafbekken. Het mooie personage is Silvère Macquart, een 17-jarige idealistische arbeider die hopeloos verliefd is op een weesmeisje, Miette, dat uitgebuit wordt door de oom die haar onder zijn hoede heeft genomen. Silvère doet mee aan de opstand tegen de staatsgreep. Nevenpersonages zijn Eugène en Aristide Rougon, zonen van Pierre en Félicité. Eugène maakt politiek carrière in Parijs en kan zo zijn vader op de hoogte houden van de politieke wind, Aristide is een opportunistische journalist die zich eerst heftig tegen de staatsgreep van Louis-Napoléon keert en later zijn kar keert. Beiden krijgen later hun eigen boek in de reeks.
Het contrast tussen de personages reflecteert zich in de schrijfstijl van Zola. Wanneer hij het heeft over de Rougons en hun bourgeois medestanders, en over Antoine, is hij vlijmscherp venijnig en schrijft hij haast satire. De passages over Silvère en Miette zijn dan weer één en al lyriek. Soms wat té: een passage van 34 bladzijden over hun ontluikende liefde als kinderen had wat getrimd mogen worden, hoe prachtig de scènes ook zijn… Uiteindelijk winnen de Rougons, door hun totale gewetenloosheid, het pleit. Het geslacht is gelanceerd. Silvère en Miette komen onder de pletwals terecht.
Indrukwekkend is hoe Zola telkens tientallen pagina’s lang één van de verhalen volgt en de rest compleet negeert. Tot hij plots een sprong terug maakt in de tijd, naar een andere verhaallijn overspringt, en je merkt hoe die zich ontwikkelt parallel met de vorige, maar met raakpunten. Hij doet dit in het extreme op het einde, wanneer je verontwaardigd denkt dat hij Silvère compleet uit het verhaal geschreven heeft – tot de laatste bladzijden ineens diens trieste lot vertellen. In die laatste bladzijden plaatst Zola voor het eerst in het boek één keer het verhaal van de Rougons en dat van Silvère naast mekaar – en het effect is filmisch schokkend. Ook straf is hoe Zola de omgeving deel laat uitmaken van het verhaal. Vooral dan een vergeten hoek van een voormalig kerkhof, waar Silvère en Miette mekaar ontmoeten, en waar, met een heel sterke “Aha - Erlebnis” ook het verhaal eindigt.