Lezersrecensie
Bij het lezen krijg je het gevoel van kunst
21 jan 2016
Bleekers zomer bevat niet meer dan 90 bladzijden, welke de 5 dagen omsluiten waarin de hoofdpersoon besluit weg te lopen uit zijn uitzichtloosheid.
Via de 3de persoon kruip je als lezer in de huid van de Ik persoon Bleeker. Een aan een maagzweerlijdende, hypochondrist , die kampt met dwangneurose en smetvrees. Zijn leven is al niet veel anders dan zijn verstopping. Iets waar je als lezer al gelijk in het begin, in geuren en kleuren, kennis mee maakt.
Bleeker is 32 jaar, woont boven een kapsalon. Is ongelukkig in zijn gezin, zijn kinderen ervaart hij als een last, met zijn huwelijk en werk gaat het al niet veel beter.
Het hele verhaal laat een onopgesmukte versie van het leven zien zoals die is. Niks is mooier gemaakt dan het is, zelfs de taal en uitspraken niet.
Bij het lezen krijg je het gevoel van kunst. De verhaallijn is op een ongebruikelijke wijze neergezet door met zo weinig mogelijk woorden, deze voornamelijk via gedachtegangen en dialogen neer te zetten, die daarnaast ook nog eens sterk beeldend zijn. Ook zijn er her en der in het verhaal, verborgen tegenovergestelden en synoniemen, die het verhaal extra kracht bij zetten, als Den Haag; het strakke keurslijf, Amsterdam met zijn vrijheden, verstopping en diarree cq vast zitten in het leven, vast(igheid) en los(bandigheid). Zelfs de verhaallijn doet hieraan mee, door toch gevangen te zitten in het verhaal tijdens het lezen, terwijl er eigenlijk niet veel spannends gebeurd. Maar vooral ook omdat je het één leest maar lijdt het eigenlijk niet ergens anders aan?
“Hij merkte dat ’t niets uitmaakte als ie geen antwoord gaf. Ze keek ‘m nu en dan eens aan terwijl ze verder ging met beuzelen. Niet eenmaal had ze ‘m gevraagd hoe het thuis was. Ze was op de bruiloft geweest. Hij herinnerde zich dat ze in het paars was en een grote ouderwetse hoed met aangevreten tule droeg. De meest nietige details wist ze naar boven te halen, ze kon die dag dus niet vergeten zijn. Als ze doorhad dat ie weggevlucht was, wist ze haar nieuwsgierigheid goed te verbergen, temeer omdat ze zich niet verbaasd had getoond over zijn komst zonder jas of koffer. Onmogelijk, sprak ie zichzelf tegen, ze zei te veel onzinnige dingen om voor snugger door te kunnen gaan. Het moest die tic wezen. Om half elf vroeg ze: ‘Willie, wil jij ’t harmonikabed uit de gangkast halen? Ik zou ’t dolgraag zelf doen als ik m’n pols maar niet gebroken had. Die zware dingen mag ik niet meer tillen.’
Hij stond op en ze liep achter ‘m aan.
‘Helemaal links,’ zei ze toen Bleeker in de muffe kast speurde.
Hij moest de kleren die boven de vuilnisemmer hingen en een kist met aardappels en verschrompelde appels opzij schuiven om erbij te kunnen. Muizen, dacht ie toen ie de vloer van de kast bezaaid zag met krantensnippers. Struikelend over verfbussen en weckpotten greep ie zich vast aan ’n jurk. Zonder enig geluid schoten z’n vingers door de stof.
‘Kan je ’t vinden?’ hoorde hij Daatje roepen toen ie voorover viel. Onder z’n ene hand lag de reep stof die hij in z’n val had meegetrokken en met de andere leunde hij op ’n stofzuiger.
‘Godverdomme,’ vloekte hij. Op deze leeftijd viel je niet zo makkelijk. Hij was geschrokken en voelde z’n hart tot in z’n hoofd bonzen.
‘Ach, valt ie nou,’ zei Daatje, ‘Willie, heb je je pijn gedaan?’
Hij krabbelde overeind, klapte z’n handen tegen elkaar af, tilde met alle kracht het bed omhoog.
‘Deruit,’ riep ie tegen Daatje, die achter ‘m in de kast was komen staan. Samen trokken ze het bed uit, Bleeker niezend van het stof. Daatje knielde voor de divan. Ze kroop onder de rok van het divankleed en sleepte er twee dekens onder vandaan. Bleeker legde ze op z’n bed, de naar z’n idee minst groezelige onderop.” Blz 30/31
Ondanks dat het verhaal zeer goed is neergezet, en het me dwong om verder te lezen heeft het me niet echt kunnen pakken daarom krijgt Bleekers zomer, van mij 4 sterren.