Lezersrecensie

Levendige roman over allesbehalve vitale Vitàl


Cies Cies
8 jan 2022

Cyriel Buysse (1859 – 1932) was een van de bekendste Vlaamse schrijvers van zijn generatie en één van de weinigen die ook in Nederland in die jaren goed gelezen en positief gerecenseerd werd. Zijn doorbraak in Nederland was met de publicatie van zijn novelle “De biezenstekker” in 1890 in ‘De Nieuwe Gids’. “De biezenstekker” is een van de eerste publicaties in de Lage Landen van een naturalistisch werk dat gebaseerd is op de principes van het naturalisme zoals geformuleerd door Emile Zola. In de jaren daarna schreef Buysse nog meer werk in de naturalistische traditie al vond hij wel meer en meer ook zijn eigen stem. In 1906 komt “ ’t Bolleken” op de markt en zijn de naturalistische principes bij Buysse naar de achtergrond verdwenen. Het is er nog wel, maar Buysses eigen ironische stijl en vertel talent zijn in “ ’t Bolleken” de dominante factoren die het boek originaliteit en tijdloosheid geven. De student Vitàl Dubois erft na het overlijden van zijn oom, die de toepasselijke (bij)naam Nonkelken heeft, zijn fortuin dat bestaat uit een herenhuis (’t Kasteelken), landerijen en boerderijen die verpacht worden. Nonkelken is overleden aan een combinatie van vrouwen en drank, of in de woorden van de dorpsarts “L’alcool en Flavie” (Flavie was de jonge huishoudster van Nonkelken). De erfenis van Vitàl is ruim voldoende, zodat het niet meer nodig is om zijn studie rechten af te maken en als jurist zijn dagelijks brood te verdienen. Hij kan op jonge leeftijd al gaan rentenieren. En dat doet hij dan ook. Dit gebrek aan persoonlijke ambitie en standvastigheid zal Vitàl uiteindelijk opbreken. Tot het zover is doet Vitàl nog een halfslachtige poging om in het gevlij te komen bij de enige alleenstaande jonge vrouw van zijn stand, verkozen te worden in de plaatselijke gemeenteraad en zijn volkse echtgenote iets van ‘beschaving’ bij te brengen. Allemaal zonder succes. De jonge Vitàl komt niet veel verder dan zijn dagelijkse rondgang langs lokale cafés waar hij met andere lokale notabelen jenever drinkt alsof het water is en de dorpsroddels bespreekt. Op enig moment is zelfs de wandeling naar de plaatselijke kroeg te veel moeite en blijft hij liever thuis in de bank hangen met zijn echtgenote Eleken zich vol stouwend met drank en eten. De fysieke en psychische gezondheid van Vitàl gaat steeds verder achteruit. Dat beseft hij, maar alle adviezen van dokters en anderen slaat de zwakkeling in de wind. De naturalistische elementen in “ ’t Bolleken” zijn het verval van Vitàl en zijn aangeboren aanleg voor alcoholisme. De combinatie van ironie aan de ene kant en compassie aan de andere kant zijn karakteristiek voor de ‘volwassen’ schrijver Cyriel Buysse. Waar in het begin van zijn schrijvers carrière de Vlaamse (literaire) pers viel over zijn (g)rauw naturalisme kreeg het “ ’t Bolleken” het te verduren vanwege de wijze waarop brave (katholieke) notabelen belachelijk zouden worden gemaakt. Dit lichtjes spotten met lokale notabelen is voor Buysse deels zelfspot aangezien hij als zoon van een lokaal fabrikant in een gelijkaardig (burgerlijk) milieu opgroeide en later in leefde. Deze milde spot en de zedenschets van het Vlaamse dorpsleven hebben nog niet al te veel aan actualiteit verloren, aangezien je in ieder dorp, in iedere (grotere) stad nog steeds een hedendaagse Nonkelken en Vitàl kan vinden. Deze actualiteit en de wijze waarop Buysse het beschrijft zorgen er voor dat “ ’t Bolleken” ruim 100 jaar later nog steeds goed te lezen is.

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur