Lezersrecensie

Meer dan waard om gelezen te worden


Cies Cies
27 jan 2023

De Frans-Algerijnse (pieds-noir) schrijver Albert Camus (1913 – 1960) maakte zijn prozadebuut met de korte roman/novelle “De vreemdeling” in 1942. Het is een filosofische roman, waarin Camus het hoofdpersonage Meursault een absurdistische levensfilosofie laat aanhangen. Dit is een levensfilosofie tussen het existentialisme en het nihilisme in. Camus kreeg en krijgt samen met zijn tijd- en landgenoten Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir meestal het etiket ‘existentialist’ opgeplakt. Camus heeft altijd ontkent een existentialist te zijn. Zowel het existentialisme en het absurdisme bevestigen dat het leven geen (intrinsieke) zin/logica/betekenis heeft. Binnen het existentialisme is er nog een hoop/verwachting/menselijke opdracht om dan zelf betekenis/zin/logica te geven aan, op zijn minst, het eigen leven. In het absurdisme ontbreekt deze mogelijkheid, simpelweg omdat er geen logica in de wereld zit en mocht die logica er wel zijn, wij mensen niet over de intellectuele capaciteiten beschikken om die logica te achterhalen en/of te begrijpen, laat staan ons leven in te richten conform deze logica. Het ontkennen van de menselijke mogelijkheid om de wereld (en zichzelf) te kennen, te begrijpen en te duiden, is de overeenkomst tussen het absurdisme en het nihilisme. Het verschil met het nihilisme zit in de moraliteit. Het nihilisme opent de mogelijkheden voor amoraliteit en immoraliteit, binnen het absurdisme is er nog altijd een moraliteit, al is die beperkt tot notities van eerlijkheid, oprechtheid, rechtvaardigheid en andere mensen niet onnodig lastig vallen. Aangezien ik een recensie over “De vreemdeling” van Camus aan het schrijven ben en geen filosofisch essay, hou ik het hierbij, wetende dat het bovenstaande allemaal net iets te kort door de bocht is. Kort na “De vreemdeling” publiceert Camus het filosofische werk “De mythe van Sisyphus”, waarin hij het/zijn filosofisch absurdisme uitgebreid toelicht. Meursault, het nergens met voornaam genoemde hoofdpersonage in “De vreemdeling”, is overduidelijk een absurdist. Dat wordt vrijwel direct duidelijk aan het begin van de novelle, wanneer Meursault het bericht krijgt dat zijn moeder is overleden. Hij raakt niet ontdaan door het bericht, het brengt hem niet uit evenwicht. Na de begrafenis pakt hij direct zijn gewone leven weer op, waar hij zichzelf en anderen zo goed als geen vragen stelt over het leven. Hij is vriendelijk en behulpzaam, valt niemand lastig en hij houdt de meeste mensen op meer dan gepaste afstand. Aan dit rustige leven komt een einde, wanneer hij als per toeval een moord pleegt op een niet bij naam genoemde Arabier. In het tweede deel van de novelle, wanneer Meursault in de gevangenis zit in afwachting van zijn proces en later in afwachting van zijn executie, komt Meursault wel toe aan zelfreflectie. Hij heeft hier alle tijd voor en niets anders te doen. Het zijn existentiële vragen die Meursault zichzelf stelt, wat hem nog geen existentialist maakt. De antwoorden en conclusies van Meursault passen binnen het absurdisme. Hij accepteert dan ook zonder al te veel ‘gedoe’ het oordeel dat anderen over hem vellen. Dat “De vreemdeling” in de jaren kort na de Tweede Wereldoorlog uitgroeide tot één van dé literaire werken van een jonge generatie die opgroeide en volwassen werd in en door die oorlog verbaast niet. De droge journalistieke stijl van “De vreemdeling” heeft hier zeker toe bijgedragen. Dat de vragen die Camus stelt en de antwoorden die hij (niet) geeft bij monde van Meursault, ook generaties later nog aanspreekt maakt dat deze novelle het meer dan waard is om gelezen te worden.

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur