Lezersrecensie

De stille decadente krachten van de ondergang


Cies Cies
23 jan 2023

“De stille kracht” (1900) van Louis Couperus (1863 – 1923) las ik voor het eerst als tiener, al weer meer dan 35 jaar geleden. Het was een van de eerste vooroorlogse romans die ik las en samen met het werk van J.J. Slauerhoff, is met het lezen van Couperus mijn voorliefde voor oudere literatuur begonnen. Een roman die zoveel blijvende indruk en invloed heeft gemaakt is een risico. Heeft ruim 35 jaar later “De stille kracht” nog steeds zoveel betekenis voor mij? Vind ik het nog steeds een heel goede roman? Het antwoord is: Ja, alleen om grotendeels andere redenen, voor zover ik mij die nog goed herinner, dan 35+ jaar geleden. Dat is geen verrassing, want ik ben een ander mens geworden en heb de afgelopen decennia veel literatuur gelezen, waardoor mijn opvattingen over wat (heel) goede literatuur is, ook is veranderd. Ook weet ik nu meer over Louis Couperus, de betekenis en positie van “De stille kracht” in de Nederlandstalige literatuur en de periode waarin Couperus deze roman heeft geschreven en gepubliceerd. Wanneer Couperus in 1899 met zijn vrouw vanuit Europa op familiebezoek naar Nederlands-Indië gaat heeft hij zich al voorgenomen om ook een ‘Indische roman’ te schrijven. De ‘Indische roman’ is in die jaren populair in Nederland. Met het afschaffen van de slavernij in 1860, de opening van het Suezkanaal in 1869, en vanaf 1870 de mogelijkheid voor (buitenlandse) particuliere bedrijven om plantages en fabrieken te openen in Nederlands-Indië komt de ‘Oost’ letterlijk en figuurlijk dichterbij in Nederland. Doordat er meer mensen naar Nederlands-Indië gaan (velen die na jaren ook weer terugkeren) neemt in Nederland de (literaire) belangstelling voor het leven van de kolonisator zo ver weg van huis alleen maar verder toe. Couperus die voor het grootste deel, zo niet volledig, van zijn inkomen afhankelijk was van zijn werk als literator, wist dat een goede door hem geschreven ‘Indische roman’ de investering om naar Nederlands-Indië op familiebezoek te gaan, zich zou terugbetalen. Het gegeven dat Couperus ‘om den brode’ schreef, wil niet zeggen dat hij bij het schrijven van “De stille kracht” alleen maar bezig was met het ‘naar de mond schrijven’ van zijn lezers en/of zijn lezers iets literair licht verteerbaars te geven. Couperus was, en mede daardoor dat “De stille kracht” nog altijd gelezen en geprezen wordt, hiervoor te goed als schrijver. In zijn karakteristieke meanderende stijl zet hij hoofdpersonages als de 48-jarige resident Otto van Oudijck, zijn tweede echtgenote Léonie van Oudijck, de echtgenote van de controleur Eva Eldersma en de vrouwenverslinder Addy de Luce neer. Allemaal personages die ieder op zijn of haar eigen manier vast zitten in de eigen opvattingen en oordelen over het juiste en goede leven in Nederlands-Indië. Opmerkelijk genoeg, geen van de hoofdpersonages in “De stille kracht” is echt sympathie opwekkend bij de(ze) lezer. Niet alleen de karakters van de (hoofd-)personages zijn ‘onsympathiek’, maar ook de situaties waarin zij terecht (en hoe Couperus die situaties beschrijft) komen, leidden eerder bij de lezer(essen) in het begin van de 20e eeuw tot antipathie dan tot sympathie voor de personages, de roman en de auteur Couperus. De kritiek van recensenten en lezers (kort) na verschijnen van “De stille kracht” is te reduceren tot kritiek op het literair decadentisme bij Couperus in “De stille kracht”. Bij de overspelige hedonistische en egocentrische femme fatale Léonie van Oudijck zijn de verwijzingen naar de decadente literatuur overduidelijk. Subtieler is het decadente, de verheerlijking van de ondergang, in Couperus’ beschrijvingen van de Indische natuur en hoe de moessonregens er voor zorgen dat alles in huis gaat schimmelen en rotten. Deze beschrijvingen lijken ‘slechts’ het neerzetten van de achtergrond waarvoor het verhaal zich afspeelt, maar ongemerkt worden deze achtergronden in de loop van de roman steeds meer de voorgrond; hét verhaal dat Couperus vertelt. “De stille kracht” wordt hoofdstuk na hoofdstuk meer en meer het verhaal van de ondergang van de Nederlandse kolonisator en zijn rationele westerse beschaving die niet zozeer ‘verliest’ van de Indische wereld, maar hoofdzakelijk van zichzelf verliest. Dit komt het best naar voren in de mentale ontwikkeling bij Otto van Oudijck; van rechtlijnige materialistische en rationalistische toegewijde Hollandse bestuursambtenaar tot acceptatie en waardering van het teruggetrokken en eenvoudige leven als pensionado in de binnenlanden van Indië. Ook bij herlezing na meer dan 35 jaar blijft “De stille kracht” nog steeds overeind, niet alleen als één van dé Indische romans die er nog steeds toe doen, maar ook als één van dé Nederlandstalige romans van het ‘fin de siècle’.

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur