Lezersrecensie
Vaker naargeestig dan geestig.
17 jan 2023
“De broeder zegt: ‘Het celibaat is een snelweg naar God, maar soms gebeuren er ongelukken op die snelweg, zoals op elke snelweg.’”
Na het lezen van De joodse messias was ik zo enthousiast geworden dat ik alle boeken van Grunberg op mijn verlanglijst van de bibliotheek heb gezet. Hoewel ik al best veel van hem heb gelezen. Goede mannen is alweer de 10e Grunberg voor mij. Maar als ik dit boek vergelijk met De joodse messias en Moedervlekken / Bezette gebieden dan kom ik niet verder dan 3 sterren. De dood in Taormina was ook al wat minder maar het einde maakte toen veel goed. In dit geval heb ik serieus overwogen om na 200 pagina’s te stoppen. Te deprimerend. Vaak ongemakkelijk. Natuurlijk is er altijd de Grunberg humor. Maar het verhaal is meer naargeestig dan geestig zal ik maar zeggen. Wel blij dat ik het heb uitgelezen. Ik hoopte op een bijzonder einde zoals bij De dood in Taormina maar dat bleek ijdele hoop.
Maar het is gewoon een goede schrijver. Als de hoofdpersoon, Geniek, de Pool, het klooster bezoekt lezen we:
“’Je lichaam,’ ging de man verder, ‘mijn lichaam is niet meer van mij, het is van Hem. Hij bepaalt wat er mee gebeurt. Dat is een proces. Ook dat duurt even. De overgave heeft tijd nodig. De overgave vereist ook een offer maar na een tijd voelt het niet meer als offer. De mensen vragen nog wel: is het een offer? Nee, zeg ik, nee. Een bevrijding. U ziet een offer, ik zie bevrijding. Hier loopt iemand rond, een monnik, je hoeft alleen maar naar hem te kijken en je ziet wat liefde is. De blik van die man is zoiets ongelooflijks. Zo zacht. Zijn ogen. Zijn woorden. Als hij praat. Hij praat niet veel. Zijn lippen, zo teder.’
Er viel weer een stilte en de man tegenover de Pool veegde wat van tafel maar de Pool kon niet zien wat.
‘Mijn lichaam is nooit van mij geweest,’ zei de Pool. ‘Ik heb geen idee van wie het is. Het zal wel van de maatschappij zijn, als brandweerman is je lichaam van de maatschappij. Het is natuurlijk de bedoeling dat je levend het brandende gebouw weer uit gaat, je gaat er levend in, je moet er weer levend uit. We gaan met z’n allen terug naar de kazerne. Dat is de bedoeling. Daar doen we alles aan. Dat staat voorop, zegt de ploegchef. Die zekerheid heb ik niet meer. Wat voor mij vooropstaat weet ik niet meer.’”