Lezersrecensie

Höf de glazer in de lôch


Anneke Gieling Anneke Gieling
18 jan 2018

<em>Naar de overkant van de nacht</em> beschrijft drie turbulente carnavalsdagen in Venlo. Een fascinerende, knap geschreven psychologische roman, niet als laatste door de vormgeving van het verhaal. Door vertwijfelde en bij tussenpozen filosoferende dronkemansogen beschrijft auteur <strong>Jan van Mersbergen</strong> een willekeurig Limburgs carnaval. Een bijzondere leeservaring, dat moet gezegd ... <em>Höf de glazer in de lôch</em> Ralf, een vroeger schipperskind, tevens de beschonken verteller van het feestgedruis, heeft zich als veerman verkleed, voorzien van bonnenboekjes en kaartjes. ‘Who pays the ferryman?’ Op zijn borst prijkt een scheurkalender die de genuttigde drankjes weergeeft. Dat zijn er veel. Ralf lardeert zijn relaas met uitspraken in een typisch Limburgs dialect, net als wat titels van carnavalskrakers. Ze zijn echter minimaal en in de context alleszins begrijpelijk. Wel staat het verhaal bol van symboliek en surrealisme. Dit gevoel wordt versterkt door Ralfs toenemende benevelde toestand en de eveneens in kennelijke staat verkerende en vrolijk uitgedoste carnavalsvierders. Allen niet goed in staat te verwoorden wat ze voelen. Maar Ralfs schippersbenen houden hem overeind, net als de wrede ijskoude die door zijn dunne ‘pekske’ heen blaast. In slaap vallen is funest, want dan red je het niet meer. ‘Niet gaan zitten, nooit gaan zitten. Bewegen!’ De carnavalsgedachte is even schrikken en vervolgens wennen, net als de schokkerige vertelling door de continue gedachtewisselingen tussen heden en verleden. Ralfs zielenpijn is dán weer bij het carnaval, dan weer bij zijn geliefde 'adoptiefamilie'. Sara, zijn grote liefde, en haar vier kinderen. Zo is daar Maybelle, een met haar gewicht worstelende puber; Alvin, een vrij probleemloos jonger broertje en dol op zijn kraanwagen; en de allerjongsten van het stel: de meisjestweeling Helen en Nettie, doof én blind. "Mijn meisjes, mijn monsters." noemt Ralf ze teder. De kinderen voelen zonder uitzondering als die van hemzelf. "<em>Alleen Helen en Nettie kennen hun echte vader niet. Voor de meisjes zijn mijn handen als de handen van hun vader. Ze kennen de ruwe eeltplekken. De stoppels op mijn kin. Mijn brede borst waar ze tegenaan kunnen liggen. De geur van mijn tandpasta.</em>" Ralf is in eerste instantie verkleed als veerman, geen toevallige keuze van de auteur. De veerman staat symbool voor Charon (uit de Griekse mythologie), die de doden naar het dodenrijk aan de andere kant van de rivier moest brengen. Bij deze eeuwig tot dwalen verdoemde veerman wordt een oude geldmunt onder diens tong gelegd. 'Who pays the ferryman?' Ralf vervult zijn taken als veerman, maar verkleedt zich op een bepaald moment als een kraanvogel, die parallellen oproept met Alvins lievelingsspeelgoed: een kraanwagen. Maar mogelijk wil Van Mersbergen ons ook wijzen op de kraanvogel als symbool van geluk, liefde en wijsheid. Iets wat hij Ralf toewenst? Deze en andere symbolieken komen sterk terug in het verhaal en de karakters. Daar moet je als lezer bij voorkeur bekend mee zijn om de waarde ervan in te schatten. "<em>Eerst was ik een Veerman, nu ben ik een Kraanvogel, ik ben benieuwd als wat ik deze Vastelaovesnacht ga eindigen."</em> Dankzij het carnaval kan Ralf drie dagen lang loskomen van thuis. Een verklede pater vertelt hem dat je alleen tijdens Vastelaovond kunt zijn wie je eigenlijk bent. ‘Ben ik hier eindelijk mezelf?’ vraagt Ralf zich dan ook af. Maar wie is hij dan? Wat wil hij anders? Wil hij wel terug naar Sara, zit de liefde diep genoeg? Of komt er een keerpunt in zijn leven? Ondanks zijn laveloosheid lijkt Ralf tot bezinning en enigszins tot zelfreflectie te komen. Maar hoe zal zijn leven er na de carnavalsdagen uitzien? <em>Naar de overkant van de nacht</em> verscheen precies – hoe kan het anders − op 11 november 2011 en bevat 11 hoofdstukken. Wel of geen liefhebber van carnaval? Dat maakt weinig uit. Van Mersbergen beschrijft inlevend hoe een driedaags laveloos doch niet liefdeloos carnaval in alle ontreddering moet voelen. Een evenzeer indrukwekkend als luchthartig melodrama. Immers, een echte carnavalsvierder herken je niet aan zijn ‘pekske’, maar aan zijn hart. "<em>Ik schud en wieg als een tuimelaar, van bakboord naar stuurboord. Ik ben niet alleen, want de anderen volgen deze Kraanvogel in zijn dans. Niet alleen. Ik voel weer de warmte van Sara’s gezin waarin ik ondergedompeld werd nadat ik het rijtjeshuis van mijn drinkende oom inwisselde voor haar woning. Die eerste weken, die eerste maanden. De fysieke drukte van vijf mensen.</em> "

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur