Lezersrecensie
Toneelbeleid onder de loep
8 jan 2017
In Teatro Olimpico van Kees ’t Hart krijgen Nederlandse toneelmakers Kees en Hein de kans van hun leven. De roman heeft de vorm van een verslag, geschreven door Kees. Hoewel Kees ’t Hart vaak zijn eigen naam gebruikt in romans, zijn zijn romans niet per se autobiografisch. Hij schrijft in zijn verslag precies op wat er allemaal is voorgevallen tijdens de voorbereidingen en hun reis naar Italië. Het doel is de gemaakte onkosten met terugwerkende kracht uitbetaald te krijgen.
Kees en Hein mogen hun theatervoorstelling Rousseau opvoeren in het Teatro Olimpico te Vicenza. Ze zijn door het dolle heen. Vol (enigszins cynische) humor laat ’t Hart met zijn roman zien hoe de subsidieaanvragen en het toneelbeleid onderworpen zijn aan corruptie en bureaucratie. Het resultaat is een goed geschreven en humoristische overtuigingsrede die steeds meer weg krijgt van een smeekbede om de gemaakte onkosten terug te halen.
De creativiteit boven alles
De moeilijkheden die zich gedurende het hele verhaal voordoen zijn niet de schuld van Kees en Hein, zoals Kees steeds opnieuw laat weten in zijn betoog. Ze hadden geen keuze, ze moesten vasthouden aan hun creatieve en kunstzinnige overtuigingen om hun eigen werk tot een succes te kunnen maken. Steeds opnieuw verontschuldigt hij zich voor de uitweidingen over zijn gedachten rondom het theaterstuk: ‘Geen opinies in theater. Alleen de verschijning wilden we, maar nu val ik u alweer lastig met onze uitgangspunten.’ Maar het is belangrijk voor hem dit duidelijk te maken omdat het beleid hen steeds weer tegenwerkt.
Dit beleid wordt in de roman expliciet gemaakt door de vele personages die ’t Hart aandraagt. Steeds meer Italiaanse namen komen voorbij en Kees en Hein weten zelf eigenlijk niet eens meer wie wie is of wie wat doet. De namenlijst die halverwege de roman is opgenomen illustreert dan ook op een originele manier de omwegen die de theatermakers moeten nemen om informatie los te krijgen over het theater en hun voorstelling.
’T Hart zet in zijn roman de creatieve geest en de financiële belangenverstrengelingen lijnrecht tegenover elkaar, maar de creativiteit gaat vóór het financiële plaatje. De roman leest heerlijk weg en introduceert de lezer op een humoristische manier in de wereld van het cultuurbeleid.
[Deze recensie verscheen eerder (2014) op CLEEFT]