Lezersrecensie
Monumentale historische roman
24 jan 2025
Met één woord: ontzagwekkend. Ik kan niet anders dan hoog opgeven over deze monumentale historische roman, waarin Pfeijffer de flamboyante Atheense politicus, redenaar en strateeg Alkibiades tot leven wekt. Alles minder zou dit werk ernstig tekortdoen. Dit is waarom Ilja mijn favoriete schrijver is.
Het boek bestaat uit de memoires van Alkibiades, geschreven in de ik-vorm, waarin hij vanuit ballingschap reflecteert op zijn leven en verantwoording aflegt over zijn doen en laten aan het Atheense volk, meer in het bijzonder over zijn rol in de Peloponnesische oorlog van Athene tegen Sparta, en het volk oproept hem nog één te vertrouwen in de oorlog om Hellas.
Zijn kennis van de Griekse oudheid en de historische bronnen wordt door Pfeijffer rijk geëtaleerd. De verschillende oorlogshandelingen op Attica, de Peloponnesos, Sicilië, in Ionië, de Hellespont, de Propontis, de Bosporus en talrijke andere gebieden worden uitvoerig beschreven. De in de kaften afgedrukte landkaarten zijn hierbij geen overbodige luxe. De logica achter wapenfeiten, Atheense listen, misleidende diplomatieke manoeuvres en dubbele boodschappen van Spartaanse, Perzische en Atheense gezanten zijn zonder uitzondering interessant.
Pfeijffer geeft de lezer een inkijkje in het brein van Alkibiades, die - al dan niet achteraf geconstrueerd - de logica achter zijn wisselende loyaliteiten tussen Athene, Sparta en Perzië onthult, waarbij hij naar eigen zeggen steeds het belang van Athene in het achterhoofd had.
Er wordt uitgebreid stilgestaan bij de relaties die Alkibiades heeft met de verschillende spelers in de oorlog, zoals de monarch van Sparta, Agis, en de satraap van Lydië, Tissaphernes. In prachtig vormgegeven discussies en redevoeringen komen de voor- en nadelen van de staatsvormen democratie, monarchie en aristocratie aan bod. Voorbeelden zijn het tien pagina’s lange antidemocratische betoog van Alkibiades voor de Spartaanse monarch en de prachtig beschreven sofistische redevoering van Protagoras over het onvermijdelijke cyclische proces van monarchie naar tirannie, van aristocratie naar oligarchie en van democratie naar ochlocratie. De conclusie is, als ik zo vrij mag zijn, dat een democratie het minste kwaad kan doen.
Twee korte citaten waar ik om kon glimlachen:
‘Toch moet ik mij steeds meer inspannen om te voorkomen dat de conclusie zich aan mij opdringt dat democratie weinig meer is dan een collectieve afspraak om dwaasheid te accepteren’, zei ik.’’
‘Terwijl vrijheid in Athene het uitgangspunt is van de staatsinrichting en het beleid, zijn in alleenheerschappijen zelfs de heersers onvrij, want wie koning is van slaven, is slaaf van de nimmer aflatende plicht om het eigen volk te onderdrukken.’
In het boek vallen ook parallellen te trekken met het functioneren van de hedendaagse democratie en opkomend populisme:
‘Omdat democratie per definitie stoelt op het collectieve oordeel van het volk, is zij onderworpen aan de turbulentie van opvliegendheid en oncontroleerbare emoties. Om de democratie naar behoren te laten functioneren is het derhalve essentieel om mechanismen in te bouwen die afstand scheppen, vertragen en gevoelens afkoelen. (...) Maar de Atheense democratie is inmiddels, zoals iedere democratie mettertijd, een parodie op zichzelf geworden, waarin de leiders dagelijks ter verantwoording worden geroepen en waarin het beleid elke dag opnieuw ter discussie staat. De staat wordt geregeerd door de angst voor volksgerichten en de volatiliteit van de publieke opinie. De bijval en het gejoel in het theater op de Pnyx overstemmen argumenten en maken reflectie over beleid voor de lange termijn onmogelijk.’
Pfeijffer laat hier zien hoe democratie een mechanisme is om macht te spreiden, niet omdat het altijd het beste beleid oplevert:
‘De leidende gedachte achter een democratisch bestel is niet zozeer de waan dat meerderheidsbesluiten van de ongeïnstrueerde massa een garantie vormen voor het best denkbare beleid, als wel het beginsel dat gelijkheid een waarborg vormt tegen onderdrukking en het besef dat wetten nodig zijn om concentratie van de macht te verhinderen. Het idee om zeggenschap neer te leggen bij het volk is een kunstgreep, die uitsluitend tot doel heeft geen enkel individu met exclusieve zeggenschap te bekleden.’
Aan bod komen de ontmoetingen tussen Alkibiades en bijzondere individuen in zijn leven, zoals staatsman, generaal en stiefvader Perikles, volksmenners, populisten en demagogen Kleon en Kleophon, vriend, vijand en atheïst Kritias, sofist Protagoras, zijn eerste vrouw en proto-feminist Hipparete, beroepsintrigant en laatste slachtoffer van een ostracisme Hyperbolos en niet te vergeten zijn vriend en filosoof Sokrates.
Pfeijffer bedrijft niet minder dan kunst met taal: zwierige en niet zelden alinealange zinnen, een ongekende woordenschat en meesterlijke metaforen. Alleen de schrijfstijl biedt al een enerverende en bevredigende leeservaring. Eén zin heb ik opgeschreven en geeft een mooi voorbeeld van een synesthetische metafoor ingebed in een antithese:
‘De zilte smaak van het lijfelijke gevaar overheerste voor een moment de bitterheid vanwege het democratisch gelegitimeerde onrecht dat mij was aangedaan.’
Het lezen van Alkibiades was een intensieve, maar ongeëvenaarde ervaring: stijl, inhoud en historisch inzicht maken het een onvergetelijk werk. Ondanks het taalgebruik en de omvang van het boek had ik geen moeite het er steeds weer bij te pakken. Ja, je moet er voor gaan zitten en je aandacht erbij houden, en nee, je bent niet in een paar uur klaar en het is niet voor iedereen. Maar als je eenmaal begrijpt op welke manier Ilja zijn boodschap wil overbrengen en je in de ‘flow’ zit, dan leest het als vanzelf.
5*.